Genesis voor iedereen (mei 2017)

Tom Wright schreef met ‘New Testament for Everyone’ (18 delen) een toegankelijke serie boekjes waarin hij heel het Nieuwe Testament bespreekt. Vergelijkbaar daarmee schreef John Goldingay ‘Old Testament for Everyone’ (17 delen). Van de reeks van het Nieuwe Testament zijn intussen 13 delen vertaald door uitgeverij van Wijnen (Matteüs tot en met Paulus’ gevangenisbrieven). In 2016 werden ook de eerste delen van de reeks van het Oude Testament uitgegeven: ‘Genesis voor iedereen’ (deel 1 en 2). Met één vraag in gedachten heb ik de boekjes doorgenomen: ‘Maken ze Genesis inderdaad leesbaar voor iedereen?’

Down to earth

Goldingay bespreekt telkens een aantal verzen (varierend in aantal). De desbetreffende Bijbelverzen staan in de NBV-vertaling aan het begin van elk stukje. De uitleg die Goldingay daarbij geeft, is niet te vergelijken met een diepgaande commentaar, waarin gezocht wordt naar de betekenis van elk woord of elke zin. Het viel me snel op dat de toegankelijkheid van de boekjes een enorme troef is. De schrijver slaagt erin de Bijbeltekst op een aangename manier bij de lezer te brengen. Meer dan eens koppelt hij er een anekdote of levensles aan of verhaalt hij een gebeurtenis uit de wereldgeschiedenis. En dat is terecht, want de Bijbel bevat een massa aan verhalen van mensen zoals u en ik, die ten diepste worstelden met hetzelfde als waar wij nu mee worstelen. Ik hou er wel van dat de Bijbel ‘down to earth’ besproken wordt. Het is Gods Woord, maar dat sluit niet uit dat het begrijpelijk weergegeven mag worden.

Relevante achtergrondinformatie

Van Goldingay mogen we verwachten dat zijn theologische kennis als oudtestamenticus doorwerkt in het bespreken van de verzen. Daarin ben ik niet teleurgesteld. Ik ben het (vanzelfsprekend) niet altijd eens met hem. Zijn visie op schepping ligt maar ik merk wel dat er op de achtergrond heel wat kennis meespeelt. Die kennis komt bovendrijven als het relevant is om het verhaal te begrijpen. Dat wordt bijvoorbeeld duidelijk wanneer Goldingay vertalingen van namen of plaatsen weergeeft. Zo wordt er in het verhaal van Jakobs worsteling kort ingegaan op Jakobs nieuwe naam ‘Israël’, omdat dat relevant is voor een goed begrip van deze gebeurtenis. Op andere plaatsen wordt de context van een verhaal geschetst: de tijd en plaats waarin het zich afspeelt, hoe het past in het ruimer kader van Genesis of de Bijbel, … Ik ben van mening dat die achtergrondkennis steeds goed geselecteerd is en ervoor zorgt dat het verhaal nog dichter bij de lezer gebracht wordt. Enkele kaartjes voorin en een verklarend woordenlijstje achteraan het boek geven nog wat extra duidelijkheid.

Conclusie

Deze boekjes zijn geen diepgravende literatuur bij Genesis. Deze boekjes dragen er wel toe bij dat Genesis voor iedereen leesbaarder wordt en de schrijver slaagt dus, mijns inziens, dus in zijn opzet. Op ontspannen en vlotte manier neemt Goldingay je mee door het Bijbelboek heen. Je zou de boekjes, zoals de achterflap beweert, inderdaad kunnen gebruiken voor een dagelijkse lezing.

 

John Goldingay, Genesis voor iedereen (deel 1 en 2), (Van Wijnen, 2016, 271 en 254 blz.)

Advertenties