Sorry Heer

Rikkert Zuiderveld maakte in 1967 een lied. Over oorlog. En dood. En dat het niet de bedoeling is. Nog steeds actueel. https://open.spotify.com/track/24tZ4hoDKTBeiIxNZkmvIv

Goedemorgen, Heer.
Nu ik dan te vroeg ben dood gegaan
en mij bevindt onder uw ingekomen stukken,
hoop ik zielsveel dat u het mij niet euvel duidt
dat ik stuk ben ingekomen op m’n krukken.
Ik zie er inderdaad nogal gesneuveld uit

Sorry, Heer.
U gaf mij voeten om te lopen,
maar de mensen maken laarzen en marcheren.
U gaf mij handen want gebaren brengen liefde bij,
maar de mensen maken handen tot geweren
en de kogels van hun handen doorkliefden mij.

Voelt u, Heer.
U gaf mij lippen om te kussen,
maar verraders misbruiken ze, dat merkte u.
U gaf een mond, want anders bleef de liefde woordeloos.
Daarmee orakelde de preker in z’n kerktenue,
maar hij zweeg toen een soldaat de weg tot moorden koos.

Ziet u, Heer.
U gaf mij ogen om te kijken
Maar ik zag gemene blikken en ze schoten vuur
U gaf een huid waardoor ik langzaam ademhalen moest
Maar m’n vader zei: “M’n jongen, verkoop ‘m duur”
Wist ik veel dat ik met m’n leven betalen moest

Zo gaat dat Heer
U gaf mij een hart om te voelen
dat ’t niet gaf of iemand zwart was of lang haar had,
maar ’t was een hard gelach toen ’t plotseling stopte, Heer.
Net toen ik dacht hoe mooi de wereld in mekaar zat.
Dus vraag ik mij nu af of ’t wel klopte, Heer.

Iedereen mag zijn zegje doen, ook bisschoppen

Onderstaand opiniestuk verscheen in De Standaard (18/11/2019):

Sara De Mulder laat zich negatief uit over een persbericht van de bisschoppen, waarin ze hun bezorgdheid uiten over de uitbreiding van de abortuswet (DS 15 november). Ze noemt het ergerlijk dat de bisschoppen ‘uit het hiaat in hun kennis en levenservaring toch steeds weer nieuwe stigmatiserende visies en meningen kunnen puren en deze schaamteloos de wereld insturen’. Ik heb het persbericht gelezen, maar wat er stigmatiserend aan is, heb ik niet ontdekt. Wel proef ik de bezorgdheid dat er te snel gehandeld wordt, een bezorgdheid die gedeeld wordt door politici als Valerie Van Peel (N-VA) en Els Van Hoof (CD&V), maar ook door de filosoof Ignaas Devisch.

Dat de mening van bisschoppen voor velen irrelevant is, kan ik wel begrijpen. We leven niet meer in een christelijk land en de macht van de kerk is al lang niet meer allesbepalend. En dat laatste hoeft niet terug te keren. Mensen hoeven heus niet te applaudisseren bij zo’n persbericht. Dat is ook niet wat de bisschoppen vragen. Ze geven hun mening, en die is te nemen of te laten.

Ik kan maar weinig begrip opbrengen voor de conclusie van De Mulder: ‘Dat mannen die celibatair leven en geen enkele voeling hebben met ouderlijke verantwoordelijkheden hun zegje willen doen, is anno 2019 een brug te ver.’ Die zin is problematisch, vooral omdat hij raakt aan de vrijheid van meningsuiting. In de grondwet staat dat iemand, een bisschop, De Mulder of ikzelf, op elk gebied zijn mening mag uiten. Het is glashelder dat er grenzen zijn aan die vrije meningsuiting. Unia heeft een lijst opgemaakt van die grenzen. Wat de bisschoppen in hun persbericht schrijven, komt niet in de buurt.

De Mulder hoeft het niet eens te zijn met wat de bisschoppen zeggen en mag daarover haar mening verkondigen. Toch maak ik me zorgen over wat ze schrijft: ‘Als een bisschop al een mening over abortus verkondigt, lijkt het mij logisch dat hij vooral de aspecten bespreekt die relevant zijn voor zijn sekse.’ Wordt dat de nieuwe norm voor ethische discussies? Die zin wekt ook verbazing omdat hij komt van iemand die de gelijkheid van man en vrouw of minstens de gelijkwaardigheid een onvervreemdbare hoeksteen noemt.

Het is opmerkelijk dat anno 2019 bepaalde mensen hun mond moeten houden over aspecten van een ethische kwestie, omdat ze niet getrouwd zijn en niet de juiste sekse hebben. Dat is in mijn ogen dan weer een brug te ver.

Bron: standaard.be

Aan een graf

Ze zouden 70 jaar huwelijk gevierd hebben. Hoewel, gevierd. Zij leed de laatste tijd veel pijn. Het was beter zo. Voor haar. Niet voor hem. Hij blijft achter. Na een lang leven samen. In dit geval is het terecht om te spreken over een lang én mooi leven samen. Maar hij blijft dus achter, gebukt en gebroken.

We lopen achter de kist naar het graf, zachtjes keuvelend, herinneringen ophalend. De laatste druppels van een overgewaaide bui vallen op onze hoofden en schouders. Verzameld rond de kist klinkt een laatste tekst en een laatste lied, maar de dood is hard. Ze zakt onverbiddelijk in de grond. De kist. Zijn vrouw.

Een na een passeren we voor een laatste groet. Correctie, niet een na een, maar in groepjes. Voor mijn ogen voltrekt zich een, ik kan het niet anders zeggen, wonder. De gebukt gaande echtgenoot staat daar niet alleen. Hij wordt letterlijk en figuurlijk ondersteund door dochter en schoonzus. Een koppel volgt hen. Een gezin. Meer gezinnen. Enkele vrienden. Samen. Ik vraag me af hoe eenzaam degene is die alleen aan het graf van een geliefde staat. Gelukkig zie ik dat niet gebeuren. Ik zie hoe mensen elkaar vinden, troosten met woorden en een knuffel of zwijgen en elkaar aankijken met tranen en begrip in de ogen. 

Onze maatschappij drijft op de keuze van het individu, de keuze voor het individu. Aan een graf wordt de verheerlijking van het individu echter weggeblazen als een regenbui. Een tijd van rouw geeft een heldere blik op de nood die we hebben aan elkaar. Die nood is vaak ondergesneeuwd, bedekt door een laag keuzes die ons tijdelijk een prettig gevoel geven en de directe confrontatie met onze eenzaamheid wegnemen. We draaien ons een rad voor ogen als we denken dat we alleen beter af zijn. Het is tijd voor een opwaardering van het woord ‘samenleving’, ten voordele van het woord ‘maatschappij’. Dat laatste klinkt koud en afstandelijk, als een dood lichaam in de grond. Het eerste zegt wat het is: samen leven. Kiezen voor de ander. Een wezenlijk onderdeel van mijn geloof, maar het is voor elk mens, gelovig of niet, de betere weg. 

Een graf. Een wake up call om niet te wachten met samenleven tot de dag dat je niet meer wakker wordt.

Goed burgerschap

Goed burgerschap betekent niet dat je sceptisch moet zijn ten aanzien van je eigen geloof, maar wel wantrouwig ten aanzien van geloofsstructuren die onrechtvaardigheid of hypocrisie sacraliseren.

Soms lijkt het erop dat onze samenleving meer en meer overtuigd raakt van de gedachte dat een gelovige geen goed burger kan zijn. Een gelovige heeft belachelijke ideeën over waar we vandaan komen, wat de zin van het leven is, waar we naartoe gaan. Hoe kan zo iemand nu op een ernstige manier leven in onze intelligente maatschappij?

Wat moeten we doen om te tonen dat we wel degelijk goede burgers willen zijn? Moeten we een sceptische vorm van geloof ontwikkelen, die alles afzweert wat zich buiten de aanvaarde lijntjes bevindt? Ontgeestelijken, ontmythologiseren?

Luke Bretherton publiceerde enkele maanden geleden ‘Christ and the common life’. Hierin betoogt hij onder andere dat we de weg van zulk scepticisme niet moeten gaan. We moeten wel wantrouwig zijn. We moeten identificeren waar onrechtvaardigheid geheiligd wordt of waar onder religieuze (en andere) leiders hypocrisie hoogtij viert. Dat wantrouwen ontmaskert wantoestanden in onder andere de kerk en toont dat je als gelovige begaan bent met je samenleving en verlangt naar gezonde relaties tussen mensen.

Framing van migratie

Framing is niet fout. We doen het als vanzelf en kunnen er dus nauwelijks aan ontkomen. We zouden het cogito ergo sum van Descartes kunnen vertalen naar 21ste eeuwse termen: ‘Ik frame, dus ik ben.’ Het is weliswaar nodig dat we inzien welke frames we gebruiken. Dat is de boodschap van Baldwin Van Gorp in zijn boek ‘Verdraaid! Het nieuws anders bekeken’.

Het kader van de boodschap

In communicatie is het frame de essentie van de boodschap die meegegeven wordt

Framing wordt door Van Gorp gedefinieerd als het kader dat de vorm van een fiets of een huis bepaalt (Tertio, 10 april 2019). In communicatie is het frame de essentie van de boodschap die meegegeven wordt. Het gevaar van framen, volgens Van Gorp, is dat een onderwerp simplistisch wordt voorgesteld. Laat dat nu net zijn hoe de pre-electorale molen vaak maalt. ‘Het sluiten van kerncentrales zal het klimaatprobleem oplossen!’, betoogt de een. ‘Het sluiten van de grenzen zal het migratieprobleem oplossen!’, verkondigt de ander.

Ik besef dat de aangereikte oplossingen van de politieke partijen genuanceerder zijn, maar ik wil een punt maken. Vaak kan, in de communicatie over bijvoorbeeld klimaat of migratie, een weerkerende dragende structuur herkend worden. Inzake klimaat en migratie wordt een cultuur van angst gecreëerd. Angst voor klimaatverandering. Angst voor vluchtelingen.

Daarna wordt een simpele oplossing aangereikt. Een oplossing waar de gewone burger liefst zo weinig mogelijk hinder van heeft. Klimaatverandering moet aangepakt worden, maar dat mag geen invloed hebben op ons dagelijks leven. Ik denk aan de discussie rond de salariswagens. We willen dat de migratieproblemen opgelost worden, maar zo ver mogelijk buiten onze grenzen. Zet maar hekken in Oost-Europa (en tegelijkertijd zeggen we dat hekken en muren onmenselijk zijn).

Feiten en frames

We moeten begrijpen dat er een verschil is tussen feiten en frames

We moeten begrijpen dat er een verschil is tussen feiten en frames. Het is niet zo moeilijk om te staven dat er duizenden vluchtelingen in België aangekomen zijn. De voorbije jaren hebben geleerd dat er tussen de vluchtelingen criminelen en IS-strijders zaten.

Lees het hele artikel op doorbraak.be

Zich bedenken is ook denken

‘Sapere aude’ (durf te denken) is hét motto van de Verlichting. Dat werd enkele dagen geleden mooi uitgelegd door Jurgen Slembrouck in een artikel op vrtNWS.be: ‘De geesteshouding om zelf te denken veronderstelt immers de vrijheid om dingen in vraag te stellen en staat haaks op de fundamentalistische gedachte dat je dingen voor waar moet aannemen.’

Heel kort samengevat: we moeten de vrijheid hebben om alles in vraag te stellen. Ik zou er een heerlijke paradox van kunnen maken en stellen dat we dus het motto van de Verlichting in vraag moeten durven stellen, waardoor we het verlichtingsdenken op haar grondvesten laten daveren. Dat wil ik echter niet doen.

Laat ons de gedachte van Jurgen Slembrouck gewoon even aanhouden. Daaruit volgt onder andere dat we de dingen die door verlichtingsdenkers zijn gezegd en geschreven niet zomaar voor waar moeten aannemen, maar deze moeten durven onderwerpen aan een kritische blik. We mogen niet zonder slag of stoot schatplichtig worden aan eerdere uitspraken, gedachten of beslissingen. Zo’n houding zou namelijk haaks staan op het verlichtingsdenken.

Euthanasie

Sta me toe dit toe te spitsen op het euthanasiedebat. Het is mijn stellige mening dat we daar dringend nood hebben aan een gedurfd doordenken en heroverwegen. Wie het debat in de media volgt, krijgt de indruk dat er maar één legitiem argument is, namelijk zelfbeschikkingsrecht, waarbij elk ander argument van tafel geveegd wordt. In 2017 ‘vierden’ we 15 jaar euthanasiewet. Open Vld senator Jean-Jacques De Gucht greep dat aan om het euthanasiedebat opnieuw te openen in de richting van voltooid leven. Zelfbeschikking blijkt daar een centraal thema. De Gucht zei: ‘Wanneer mensen aangeven dat ze levensmoe zijn, wie zijn wij dan als maatschappij om te zeggen dat ze moeten blijven leven?’ Iets gelijkaardigs hoorden we in 2015 ook bij verlichtingsdenker wijlen Etienne Vermeersch toen hij schreef dat zelfbeschikkingsrecht in het euthanasiedebat à la limite centraal moet staan.

Is dat per se de enige weg? En waar leidt die weg ons naartoe? Enkele weken geleden heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens erin toegestemd om zich te buigen over de zaak van Tom Mortier (zie o.a. De Standaard van 8 januari 2019). Zijn moeder kreeg euthanasie wegens depressie, zonder dat aan alle voorwaarden voldaan werd. Zo werd de zoon hierin, naar eigen zeggen, niet gekend. Het EHRM zal zich in deze uitspreken, dat hoef ik hier niet te doen, maar niettemin lijkt duidelijk dat de familie niet (of minstens onvoldoende) gekend is in de euthanasieprocedure. Wat mij betreft is dit geval een wake up call.

Een verlichte maatschappij zonder grenzen?

We beweren dat we in een verlichte maatschappij leven, maar betekent verlichting altijd meer zelfbeschikkingsrecht? 

Lees de rest van het artikel op doorbraak.be

Spreuken zijn maatschappelijk relevant

Het Bijbelboek Spreuken is maatschappelijk relevant. Dat lees je vanaf de eerste verzen (NBV-vertaling).

Spreuken 1:1-3

Hier volgen de spreuken van Salomo, zoon van David en koning van Israël. Ze bieden wijsheid en zijn een leidraad in het leven, verdiepen het inzicht en bevatten wijze lessen over recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid.

De spreuken zijn een leidraad in het leven. In andere vertalingen vinden we in plaats van ‘leidraad’ het woord ‘vermaning’: ‘om bekend te worden met wijsheid en vermaning, om woorden vol inzicht te begrijpen…’ (HSV-vertaling). Een leidraad kan je ook vertalen met discipline. Dat woord heeft een negatieve connotatie gekregen, maar eigenlijk is er niets negatiefs aan. Dat is minder vrijblijvend dan leidraad, lijkt wat lastiger. Het is door keer op keer naar de spreuken te luisteren en er inzicht in te krijgen, dat ze iets zullen uitwerken. Het gaat er niet over dat je ze memoriseert en als een soort google maps gebruikt om te doen wat goed is, maar dat de principes door discipline ingebeiteld raken.

Waarom? Zodat je de verworven inzichten te pas en te onpas kan rondstrooien naar iedereen die het horen en niet horen wil. Natuurlijk niet! We lezen dat de uiteindelijke bedoeling van de spreuken is dat ze leiden tot het uitwerken van recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid. Spreuken zijn maatschappelijk relevant! Onderstaande quote is gedeeltelijk parafrase en citaat van Ted VanderEnde (Commentarenreeks op het Oude Testament De Brug; deel Spreuken; p.45):

Ze geven een stevige basis om als individu ethisch om te gaan met anderen en de gemeenschap en maatschappij positief te beïnvloeden en versterken. De relatie tussen de enkeling en zijn of haar gemeenschap moet er één van gerechtigheid en oprechtheid zijn.

Het karakter van het individu beïnvloedt het karakter van de gemeenschap.

De kwestie ‘humanitaire visa’

David Dessin (schrijver van ‘God is een vluchteling’ en adviseur ideologie van de NV-A) deelt zijn kijk op de kwestie ‘humanitaire visa’ in een Facebookbericht: https://www.facebook.com/Daviddessin/posts/10156680647905813. Hij reageert hiermee op een artikel dat verschenen is op Apache.be over de reddingsoperatie van 244 christenen in 2015.

Ik proef toch wel wat polarisatie en politieke recuperatie rond de humanitaire visa die naar verluidt (onschuld tot het tegendeel bewezen is enzovoort) verkocht werden. Als er inderdaad buitensporig veel geld betaald werd voor humanitaire visa en als daar mensen rijk van geworden zijn, dan moet dat aangepakt worden. Daar is iedereen, afgezien van de mogelijke betrokkenen neem ik aan, het over eens.

Toch lijkt de discussie (als ik tenminste de teneur van het artikel van Apache goed inschat) stilaan een andere kant uit te gaan: was het wel terecht om christenen te redden? Krijgen zij een voorkeursbehandeling, omdat ze meer westerse waarden zouden hebben of zich meer zouden aanpassen dan moslims?

Ja, zegt Apache, er is een voorkeursbehandeling en nee, christenen passen zich niet zomaar aan aan de westerse waarden. Het is zelfs zo dat Focolare, de katholieke beweging die achter de operatie in 2015 zat, volgens hen, heel conservatieve waarden nastreeft. Er wordt verwezen naar een traktaat dat door Focolare gepubliceerd werd over homoseksualiteit, ‘Homosexual, who are you?’, dat door Rik Sauviller (Het geld van de Kerk, 2013) aangehaald wordt. Het kostte me enige moeite om het traktaat op internet te vinden, maar dat blijkt uit 1994 te stammen: ANGE, D., Omosessuale chi sei?, Città Nuova, Roma. 25 jaar oud. Is men niet iets te veel spijkers op laag water aan het zoeken? Ik ken Focolare voor de rest niet, dus spreek ik er ook geen oordeel over uit. Als je bron een boek uit 2013 is waarin verwezen wordt naar een traktaat van 25 jaar oud, tja, hoe sterk is je punt dan?

Christenen zijn even divers als moslims en als niet- of anders-gelovigen. Denk maar even aan de Nederlandse hetze rond de Nashvilleverklaring. Je hebt ze in alle soorten en maten. Sommigen denken zus en anderen denken zo. Sommigen passen zich aan en anderen niet.

Het zou jammer zijn als de kwestie rond humanitaire visa ertoe leidt dat we binnenkort moeten spreken van het uitreiken van ‘visa’ en het ‘humanitaire’ aspect onderweg kwijtgespeeld zijn.

Vijfvoudig leiderschap en de #NashvilleVerklaring

Stel dat een apostel, een profeet, een evangelist, een herder en een leraar samenzitten en zich buigen over hoe de kerk moet omgaan met LGTB.

De apostel zou nieuwe wegen zoeken voor de kerk. Hij ziet mogelijkheden die de anderen niet zien en zoekt naar bruggen.

De profeet zou gericht zijn op een kerkelijk leven dat de belijdenis en een rechtvaardige manier van handelen in overeenstemming brengt.

De evangelist zou voor ogen houden dat Gods boodschap voor iedereen bedoeld is.

De herder zou erop hameren dat Jezus een relatie wil aanknopen met elk mens, omdat Hij elk mens liefheeft.

De leraar zou overtuigd zijn van Bijbelse waarheden en die in het gesprek brengen.

Stel dat zij met gelijkwaardige inbreng in gesprek gaan. Zouden zij een NashvilleVerklaring produceren? Of een heel andere verklaring? Of zouden ze concluderen dat het het beste is om helemaal geen document te schrijven? Ik vraag het me oprecht af.

Column op knack.be

Ik schreef een column voor knack.be over een cultuur van geven en die werd gepubliceerd. Lees het volledige artikel op de website van Knack.

Wie dankbaar is, geeft meer

‘De Warmste Week’ 2018 is aangebroken. Onder het motto ‘Iedereen zorgt voor iedereen’ bracht de editie van vorig jaar meer dan 10,8 miljoen euro op. Er werden 10.576 acties opgezet voor 1.642 goede doelen. Ook dit jaar is de lijst met acties ellenlang en je kan het zo gek niet bedenken: van een tornooi van een zelf uitgevonden sport als ‘muurke tennis’ onder toeziend oog van Servais Verherstraeten, over de verkoop van ludieke operatiemutsjes tot Rik Verheye die zichzelf verloot om een live versie te brengen van zijn Trollenknots. En dat allemaal voor eveneens de meest uiteenlopende goede doelen. Ik ben nu al benieuwd wat de opbrengst van dit jaar zal zijn. Dat de drie presentatoren elkaar aan het einde van de week uitgelaten en uitgeput in de armen zullen vallen, is een certitude.

Moeten we eigenlijk blij zijn met die 10,8 miljoen euro? Bij het European Research Network on Philantropy zijn er cijfers bekend over het ‘geefgedrag’ van Europeanen. Helaas zijn de meest recente cijfers al enkele jaren oud (2013), maar daarin is duidelijk te zien dat België in vergelijking met onze buurlanden ver achterop hinkt . Ik maak me sterk dat we die achterstand in de voorbije jaren nog niet ingehaald hebben; zelfs niet met pieken tijdens de warmste weken van de voorbije jaren. Er is dus een achterstand met onder andere Nederland. Hebt u dat goed gelezen? Denk dus nog maar even na voor je aan de kersttafel een mop vertelt die begint met ‘een Belg, een Hollander en een Fransman’ en die aan het einde de Hollander als de gierigaard afschildert. In realiteit zijn wij de Hollander.

Als je op de website van het ERNOP uitgebreidere informatie over België leest, zie je dat we eerder occasionele dan regelmatige gevers zijn. Dat past helemaal bij ‘De Warmste Week’. Deze week zorgt iedereen voor iedereen. Volgende week, ja, dat zien we dan wel weer. Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen ‘De Warmste Week. Ook Living Vlaanderen vzw, waar ik voorzitter van ben, kan als goed doel geselecteerd worden. Dat is geen sluikreclame. Ik wil enkel zeggen dat ik mee ben in het verhaal, maar wat zou ik graag hebben dat het verhaal langer duurt dan een week.

Eind oktober vertelde pedagoog Pedro De Bruyckere in ‘Nieuwe Feiten’ op Radio 1 over een onderzoek rond het thema.‘In Chicago is een boeiend onderzoek gedaan bij tieners’ zegt De Bruyckere. ‘Ze moesten gedurende twee weken een dagboek bijhouden. Eén groep moest gewoon noteren wat ze deden. De andere groep moest opschrijven waarvoor ze elke dag dankbaar zijn. Bijvoorbeeld: “Ik ben blij dat mijn ouders gezond zijn. Of: ik heb vandaag een mooie dag gehad dankzij de leerkracht.’

Dat deden ze heel nauwgezet: 96% van wat die 14 à 15 jarigen hadden opgeschreven, had ook echt met dankbaarheid te maken. Bij de andere groep (die gewoon moest noteren wat ze deden) kwam er maar 17% spontane dankbaarheid naar boven.

Iedereen kreeg ook 10 briefjes van 1 dollar. Ze mochten zelf beslissen hoeveel ze aan het goede doel schonken en bewaarden. De dankbaarheidsgroep gaf meer aan het goede doel dan de gewone groep.

Wie dankbaar is, geeft meer. Wat een eenvoudige conclusie.

Zouden we niet gebaat zijn bij een cultuur van geven? Een cultuur gaat over onze dagdagelijkse keuzes en gewoonten. Hetgeen we denken, doen, zeggen uit vanzelfsprekendheid. Wat zou het mooi zijn als onze cultuur meer bepaald zou worden door ‘geven’. Hetgeen we denken, doen, zeggen wordt bepaald door een houding die de ander tegemoet komt. Zo’n manier van leven gaat regelrecht in tegen het consumptiedenken dat voortdurend zoekt naar nieuwe spullen die ons leven even wat beter lijken te maken, naar kicks of kickjes, naar verwennerijtjes allerhande. We zoeken daar ons geluk en het zijn pleisters die niet bijster lang kleven, om een losse interpretatie van Sint-Franciscus van Bart Peeters te gebruiken.

Voor mij, als gelovige, vindt zo’n cultuur van geven haar oorsprong in dankbaarheid richting God, van wie ik alles gekregen heb. Evenwel, ook als niet-gelovige, zou je op basis van het onderzoek in Chicago kunnen concluderen dat een cultuur van geven vanuit dankbaarheid een nastrevenswaardige manier van leven is. Je komt er je medemens mee tegemoet, maar een neveneffect is dat je er zelf ook beter van wordt. Een en-en-verhaal. Een cultuur van geven is geen verhaal van één week per jaar, maar een doorlopend verhaal dat de kerstdagen overstijgt.

Gele hesjes

Tot zonet vond ik dat gele hesjes gedoe maar niets. Het leek me nuttiger dat ze wat bij zouden klussen. Met dat extra centje zouden die zo verfoeide accijnzen op brandstof betaald kunnen worden. Of de betogers zouden tweedehandssites kunnen afspeuren. In plaats van Charleroi of Brussel plat te leggen konden ze dan naar een naburig dorp rijden voor een goedkoper sinterklaascadeau voor de kinderen. Zou wat geld uitsparen om de hogere brandstofprijzen te bekostigen.

Daarbovenop mengen relschopper zich in de betogingen mengen en vernielen zowat alles wat los en vast zit: verkeersborden, bestrating, hekken, politiecombi’s, … Mijns inziens zal de belastingbetaler daar uiteindelijk de rekening voor gepresenteerd krijgen. Ik acht de kans groot dat dat via een verhoging van de accijnzen op brandstof zal gebeuren.

Nee, ik wist het zeker. Die gele hesjes brachten geen zoden aan de dijk. Deden ze dat laatste maar… Met al dat heen en weer gerij naar Charleroi en Brussel is er extra CO2 uitgestoten en we weten allemaal dat daardoor de aarde opwarmt, de poolkappen smelten en het zeeniveau stijgt. Wat extra zoden zijn dan geen overbodige luxe. Zucht!

 

Maar dus, zonet is dat allemaal veranderd door een kort nieuwsbericht. Ook in Irak, in de stad Basra meer bepaald, zijn zo’n 100 demonstranten in gele hesjes op straat gekomen. Reden? Water en elektriciteit zijn meer niet dan wel beschikbaar en er is een zeer hoge werkloosheidsgraad. Dat zijn nog eens redenen om op straat te komen! Daarenboven moet u weten dat de protesten in Irak al maanden duren, maar dat ze nu meer aandacht kunnen genereren. Ze surfen mee op het ‘succes’ van de gele hesjes.

Ik ben gedraaid als een blad. Ze mogen blijven, de gele hesjes. Laat ze maar demonstreren in Charleroi en Brussel! Op twee voorwaarden: dat ze opkomen voor water, elektriciteit en jobs voor de Irakezen in Basra en dat de relschoppers niets meer in brand steken.

Schatrijk, zeg ik u

Daar zat ik dan. Tussen twee onbekenden, uit een ver land afkomstig. Luisterend naar hun verhaal.

In België gearriveerd, een tijd doorgebracht in een asielcentrum en vertrokken omwille van de bedreigingen. Christen zijn kan ook in België nare gevolgen hebben, weet u wel.

In Brussel op straat geslapen of, als ze geluk hadden, bij vrienden.

Geen recht op leefloon zolang ze geen domicilie hadden, maar welke huisbaas verhuurt aan wie nog geen recht op leefloon heeft? Een cirkel die maandenlang maalde.

In Kortrijk een bereidwillige huisbaas gevonden. Verlost uit de cirkel en nu?

Een lege woning en een lege portefeuille, of nee, acht euro.

Daar zat ik dan. Zestig euro in mijn portefeuille en een bankrekening waarop vele malen meer staat. Schatrijk, zeg ik u.

 

Living Vlaanderen vzw

Er is een tekort aan woningen voor erkende vluchtelingen. We zijn op zoek naar woningen (huizen of appartementen) voor deze mensen in de regio Kortrijk. We zorgen ervoor dat verhuurders zeker zijn dat ze hun huurgelden ontvangen én via buddy’s helpen we erkende vluchtelingen hun plek in de samenleving vinden. Ben je zelf verhuurder of ken je een verhuurder in de regio? Neem contact met ons op! Lees hier ons krantje voor meer informatie: Living Vlaanderen vzw. 

 

20 miljoen mensen

Zuid-Soedan. Jemen. Somalië. Nigeria. 20 miljoen mensen, waaronder 1,4 miljoen kinderen, lijden honger.

Tearfund is al lang op de kar gesprongen om mensen die uit Zuid-Soedan naar Oeganda gevlucht zijn te helpen: https://www.tearfund.be/noodkreet-noord-oeganda. Vandaag is het Consortium 12-12 een bredere campagne gestart: http://www.1212.be/hongersnood-12-12-consortium-12-12-lanceert-nationale-oproep.

Wij doen er goed aan ons dagelijks brood te delen met wie het niet heeft.