Vreugde en lijden sluiten elkaar niet uit

Miroslav Volf: ‘Werkelijke vreugde en het lijden sluiten elkaar niet uit. We worden vandaag de dag bedolven onder een oneindigheid aan onvervulbare verlangens en onhaalbare verantwoordelijkheden. We kunnen maar moeilijk tevreden zijn. Dat zit vreugde echt in de weg. Dat geldt niet voor het lijden.’

In november van afgelopen jaar was Miroslav Volf te gast in de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een lezing zei hij bovenstaande geciteerde woorden (https://lazarus.nl/2018/11/miroslav-volf-life-worth-living/). Koren op de molen die al heel lang in mijn hoofd draait.

Onze maatschappij vertelt ons dag aan dag dat ons leven beter moet worden. Het moet een stijgende lijn zijn. Op elk vlak moet er vooruitgang zijn: een betere job, een betere auto, een beter huis, … Het is begrijpelijk dat we zo denken. Wij, de generaties van na de tweede wereldoorlog, leven namelijk in een maatschappij die er ogenschijnlijk steeds op vooruit gaat. Wij hebben geen periodes gekend van diepe miserie, periodes waarin nagenoeg alles afgenomen werd. Zelfs de crisis van 2008 heeft ons nauwelijks achteruit geslagen (de berg spaargeld waar de Belgen op zitten, kreeg toen een klapje, maar sindsdien breken we weer jaarlijks records). Wij moeten er jaar na jaar op vooruit gaan.

Dat denkpatroon is nefast voor ons geestelijk welzijn. De lat ligt enorm hoog. Het werkt verstikkend. We moeten erop vooruit gaan, maar we worden ermee geconfronteerd dat het leven niet per se beter wordt met de dag. Lijden is er simpelweg een onderdeel van. Kijk alleen maar het ouder worden. Elk lichaam takelt af. Dat irriteert ons. Het lijkt niet te kloppen.

Prediker 3 biedt ons een veel juister denkpatroon: ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien.’

Je kan je daarnaast ook de vraag kunnen stellen wat de oorzaak is van de massa burn-outs en depressies. Ik wil ze niet op één hoop gooien, maar ik ben er behoorlijk van overtuigd dat een deel daarvan het gevolg is van het denkpatroon dat alles altijd beter moet. Van de lat die bijzonder hoog ligt. Tevredenheid zou misschien wel een sleutel kunnen zijn voor heel wat van mijn generatiegenoten. De acceptatie dat er een uur is voor alles: een uur om te rusten, een uur om te werken (ik bedoel het beeldend), een uur waarin het goed gaat, een uur waarin het moeilijker gaat, … Dat zal ons meer vreugde brengen dan een nieuw record aan spaargeld!

Poes aan het lijntje

Een geliefde leraar hield iedere week een zeer gewaardeerde en druk bezochte lezing over een gedeelte van Gods Woord. Ergens in een warm land.
Of het een rabbijn, een priester of een dominee was, vermeldt de overlevering niet. Wél dat er op zeker moment een dartel poesje de zaal binnen trippelde en speels voor de leermeester heen en weer rende, zo nu en dan op de lessenaar sprong en de aandacht van het publiek afleidde. 

Dat ging een tijdje zo door, want het lukte de leermeester niet het dier op andere gedachten te brengen.
Tot grote hilariteit van de aanwezigen.
Iemand op de voorste rij was zo vriendelijk het dier buiten de deur te zetten. Dat hielp maar even, want de lesruimte had open vensters zonder ruiten en de poes sprong opnieuw naar binnen. 

Poes naar buiten. Poes naar binnen. Enzovoort.
De spreker hield de draad van zijn betoog niet meer vast en kostbare eeuwige waarheden vielen ter aarde.
Toen kreeg hij een ingeving. Hij gaf opdracht de kleine ordeverstoorder met een lijntje te laten vastbinden aan een haak, laag bij de ingang. Dat hielp. Ongehinderd kon nu de les voortgezet en het geestelijk voedsel genuttigd worden.
De week daarna vertoonde het dier zich bij de aanvang van de lezing opnieuw. Een ijverige leerling besloot een eventuele nieuwe ordeverstoring te voorkomen en het alvast vast te binden, met hetzelfde lijntje, aan hetzelfde haakje. Hoe doordacht!
Dat ging iedere week zo door. Telkens weer vertoonde de poes zich bij het lokaal en telkens werd zij al bij voorbaat vastgebonden door de trouwe bezoeker die hierin kennelijk zijn speciale bediening had gevonden.
Iedereen raakte ermee vertrouwd dat er tijdens de lezingen een poes aan de haak zat. Op den duur wist men niet beter of dat hoorde zo. Echt waar, want toen het onvermijdelijke moment aanbrak dat het dier niet meer kwam opdagen – was het doodgegaan of de hort op gegaan of iedere lust voorgoed vergaan om voor de zoveelste keer aan een lijntje te worden vastgebonden? – besloot de trouwe dienstknecht, in samenspraak met de leden van de studiecommissie, een ander poesje te halen en vast te binden. Zelfde haak, zelfde plaats. 

De leermeester stierf. Er werd een opvolger gezocht en gevonden en aangesteld. Aan het begin van zijn eerste voordracht vroeg hij wat het vastbinden van die poes bij de ingang te betekenen had.
Antwoord: Dat doen we altijd. 

Zo ging het door. Jaar in, jaar uit. Geen les zonder poes.
De traditie was geboren.
Onder een volgende generatie bezoekers rees de vraag waarom dat zo nodig altijd moest. Maar in plaats van terug te gaan naar het begin, verschenen er geleerde verhandelingen over de theologisch en liturgische betekenis van een poes aan de haak tijdens de bijbelstudie.
Heel diepzinnig 

Al deze uitleggingen werden gelardeerd met een menigte aan bijbelteksten die er helemaal niet over gingen, maar die er bij diepere beschouwing toch mee te maken hadden. Althans… volgens de leraren.
Daarna volgden de commentaren. 

De traditie kon niet meer stuk. We moesten toch vooral trouw blijven aan deze vorm, hielden de leiders van hun gemeente voor, vanwege de diepe waarheid die erin ligt opgesloten.
De gemeente zelf was er maar wat trots op en dacht – of zei soms hardop: Wat een verschil met andere gemeenten die dit inzicht niet hebben verkregen en die het moeten doen zonder poes aan de haak. 

En niemand ging meer terug naar de bron om te vragen naar het waarom. 

Je komt ze overal tegen, deze aangelijnde poezen. Ook in kringen die zich het liefst niet traditioneel noemen. ‘Zo gaat dat hier, want zo zijn onze manieren.’ Vaste gewoonten, voetstoots in ere gehouden.
Zijn onze tradities verkeerd? Waardevol? Bijbels? Uit de tijd? 

Interessante en belangrijke vragen.
Hoewel… kijk uit! Ga je terug naar de bron om te zoeken naar het waarom, dan kunnen anderen wel eens vinden dat je alleen maar de goede orde komt verstoren, net als die poes in den beginne. Een lijntje en een haakje zijn dan snel gevonden. 

Evert Vandepoll, in Opwekking, nr.431, maart 2000. 

Gespreksbijbel

Een mooie uitgave is het wel, de Gespreksbijbel. Er wordt gewerkt met verschillende kleurtjes, ingevoegde kaders (daarover later meer), met foto’s en tekeningen, golvende lijntjes, …

Het is een dik boek, met ongeveer 2300 bladzijden. De Gespreksbijbel onderscheidt zich van een kinderbijbel in de zin dat deze versie de volledige bijbeltekst (HSV) bevat. Het enige merkbare verschil met de gewone HSV-tekst is dat er meer tussenkopjes staan. 

Het doel van deze Bijbel? 

Ouders ondersteunen die met hun kinderen (7-12 jaar) de Bijbel lezen en het gesprek willen aangaan over de tekst. Er wordt gewerkt met drie kadertjes bij elk hoofdstuk. Elk kadertje heeft een verschillende kleur en een verschillend icoontje. 

  • Aan het begin van het hoofdstuk een punaise: een leesprikkel die uitdaagt om het hoofdstuk te gaan lezen. 
  • Een tekstballonnetje: hier wordt een handreiking gegeven om in gesprek te gaan over wat je aan het lezen bent.
  • Een lampje: een stukje uitleg over iets dat in het hoofdstuk naar voren komt. Dit gaat heel breed. 

Verspreid doorheen de Bijbel vind je 77 (toeval of niet?) sleutelwoorden die toegelicht worden. Dit zijn woorden die lastig te vertalen zijn en die de redactie heeft laten staan. Denk hierbij aan ‘genade’, ‘kindschap’, ‘heere van de legermachten’, … Woorden die voor 7-12-jarigen bepaald niet eenvoudig te begrijpen zijn. Het leuke is dat elk van deze woorden twee keer toegelicht wordt. Eén keer waar het voorkomt in het Oude Testament en één keer in het Nieuwe Testament en ze worden ook anders uitgewerkt. Achteraan de Bijbel vind je dan al deze woorden chronologisch met hun verschillende uitwerking. Theologie op kindermaat! 

Helemaal aan het einde worden er nog tips gegeven voor doe-opdrachten, gekoppeld aan bepaalde hoofdstukken. Volgens hoofdredacteur Ewout van den Noort is er ongeveer één opdracht per zeven hoofdstukken.

De moeite om aan te schaffen?

De Bijbel kost 59 euro (tot 25/01/19 geldt een actieprijs van 49 euro) en is dus niet goedkoop. Voor ouders die dagelijks met hun kinderen lezen, kan ik het wel aanbevelen. 

De kadertjes die prikkelen om te lezen, gesprek te voeren en uitleg geven, zijn gebaseerd op de gedachte dat je telkens een hoofdstuk leest. Als je dat niet doet en pakweg tien verzen per dag leest, dan verliest deze Bijbel wel wat nut. De kaders met het tekstballonnetje en het lampje staan niet aan het einde van hoofdstuk, wat een vertekend beeld geeft. Meestal moet je wel het hele hoofdstuk gelezen hebben om die kaders te bespreken.

De aanschaf kan wel degelijk een stimulans betekenen voor het samen lezen en overdenken van Gods Woord. Naar mijn aanvoelen wordt de doelgroep (7-12 jaar) behoorlijk goed ingeschat. Ouders kunnen hier wel wat mee. Ik ben er zeker van dat de uitleg die gegeven wordt bij bepaalde onderwerpen of sleutelwoorden niet alleen nuttig zal zijn voor de kinderen, maar ook voor ouders. 

Ewout van den Noort (red.), Gespreksbijbel Herziene Statenvertaling, (Royal Jongbloed, 2018, 2290 blz.)

Opwekking 789 / Oceans

Ik werd stil door de tekst van een lied dat we zondag in de kerk zongen (Opwekking 789 / Oceans, Hillsong)

Geest van God, leer mij te gaan over de golven,
in vertrouwen U te volgen,
te gaan waar U mij heen leidt.
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen.
Ik vertrouw op uw genade,
want ik ben in uw nabijheid.

Gods Geest die ons verder leidt dan onze voeten kunnen dragen. Willen we dat wel? Het is een mooi beeld, zoveel is zeker, maar in de praktijk is dit bikkelhard en ruw. Dit zijn de momenten of periodes waarin duidelijk wordt dat we op eigen kracht niet meer verder kunnen. Wanhoop grijpt ons naar de keel. Het lijkt alsof we op het punt staan om te verdrinken.

En als de golven overslaan,
dan blijf ik hopen op uw Naam.
Mijn ziel vindt rust,
want in de storm bent U dichtbij.
Ik ben van U en U van mij.

Alles waar we ons leven normaal gesproken mee vullen, blijken ons niet te geven wat we nodig hebben. Plots blijken al die zaken relatief en worden we als het ware wakker in het besef dat er maar één ding overblijft: de onlosmakelijke verbondenheid met God.

Ik heb in mijn leven dit soort momenten nog niet al te vaak gehad, maar ze zijn er wel geweest. Dan zing ik niet vrolijk ‘Ik ben van U en U van mij’. Die woorden vormen dan veeleer een stille schreeuw, een vertwijfeld vasthouden, al dan niet met tranen. Ze vormen ons wel, die momenten, ze stellen ons geloof op de proef en dat zorgt voor volharding (Jakobus 1:3).

Ik ben van U en U van mij. Daar word ik stil van.

November-overdenking : hoe te leven?

 

 

De Bazuin

Onafhankelijkheid is een waarde die hoog staat aangeschreven in onze cultuur, maar het is geen waarde in het evangelie. Onafhankelijkheid staat ook niet gelijk aan vrijheid. Jezus leefde in gemeenschap en was deel van een dorpscultuur. Dit valt o.a. op als Jozef en Maria Jezus zijn kwijtgeraakt voor verschillende dagen tijdens het Joods paasfeest (Lucas 2). Hoe kun je nu je kind verliezen, zeker als het dan nog eens de Messias is die je werd toevertrouwd? Ze waren deel van de dorpsgemeenschap, ze reisden samen. Er was een basisvertrouwen. Ze vertrouwden erop dat Jezus in goede handen was bij vrienden of familie. De cultuur waarin Jezus leefde was meer zoals deze van de bedoeïen[1].

bedoeien

De Bijbel leert ons de waarde van onderlinge afhankelijkheid en gemeenschap meer te waarderen dan deze van onafhankelijkheid. Er staat geschreven dat ‘we het leven dienen te verliezen als we het willen vinden’. Ons…

View original post 815 woorden meer

Kenmerken van een succesvolle kerk

kerknu

Wat is succes voor een kerk vandaag? Een groot aantal leden? Lofprijs zoals bij Hillsong? Een jaarlijks budget van boven de 100.000?

Het is normaal en goed dat kerken willen groeien in aantal leden, maar niet elke kerk moet een mega kerk worden. Ieder kerk heeft wel de verantwoordelijkheid om mensen te helpen hun relatie met Jezus te verdiepen.

Het is normaal en goed dat kerken een visie hebben, maar kerken falen wanneer mensen worden uit het oog verloren om die visie te realiseren. Doel gerichte visies zoals bijvoorbeeld x aantal leden of een bepaalde stijl van eredienst, hebben de neiging om mensen te vergeten.

Kerkzijn heeft minder te maken met het eindproduct (bijvoorbeeld het doel van een grote kerk te zijn) en meer te maken met het process om mensen daar te geraken. Het echte werk van kerkzijn, dat van discipelschap, ligt niet in een mooie afgewerkte ‘kerk’ ervaring…

View original post 29 woorden meer

Namaakgoden

TimKeller_NamaakgodenZonet heb ik Counterfeit Gods (in het Nederlands verschenen als Namaakgoden) van Tim Keller uitgelezen. Kellers conclusie is ongeveer als volgt:

  1. Alles kan een namaakgod zijn of worden. Je grootste tijdverdrijf, maar zelfs een klein detail kan ertoe uitgroeien. Van het meest positieve dat je doet (zelfs dingen die mooi christelijk zijn) tot het meest negatieve wat je denkt.
  2. Iedereen heeft te kampen met namaakgoden en moet bereid zijn zichzelf te onderzoeken. We zijn dus op dat vlak allemaal hetzelfde.
  3. Er is maar één mogelijkheid om van namaakgoden af te raken. Door de plaats die de namaakgod krijgt in te vullen met de Messias, met de Geest en de kracht van de Ene God. Aanbidding (in welke vorm ook) is daarbij noodzakelijk.

Het evangelie confronteert ons met de vraag: Wat functioneert in de plaats van Jezus Christus als redding en redder? Wat mij betreft een boek dat je gelezen moet hebben… als je het tenminste met een open hart wil lezen.

Fnuikt angst de kansen voor jonge leiders in onze kerken?

Evangelisch Vlaanderen heeft jonge leiders nodig. Hopelijk zijn we daar intussen allemaal van overtuigd. Het is tijd om jonge leiders kansen en ruimte te geven in onze gemeenten, ook als dat betekent dat de gemeente daardoor verandert. Dat is geen sinecure… Ik stel mezelf de vraag of angst de kansen voor jonge leiders fnuikt. Ik denk hierbij aan angst op twee vlakken:

(1) Jonge leiders die angst hebben: In welke situaties zal ik terechtkomen als ik leiding opneem in een kerk? (dan denken we in de eerste plaats aan de moeilijke situaties). Zal ik nog genoeg tijd hebben voor een carrière? Kunnen we het wel bolwerken als gezin? Er zijn een massa vragen, een hoop onzekerheden. Is angst daarin niet de diepste motivator? Angst voor het onbekende?

(2) Oudere leiders die angst hebben: Hoe zal de gemeente evolueren als we het overlaten aan een jonge generatie? Zal het nog wel hetzelfde zijn? Zal de gemeente blijven bestaan? Welke fouten zullen er gemaakt worden? Eveneens een massa vragen en een hoop onzekerheden. Is angst ook hier niet de diepste motivator? Angst om een gemeente uit handen te geven en te zien veranderen?

Ik ben (op een rustig tempo) ‘Discipelschap, een theologische peiling’ aan het lezen. Samuel Wells wordt daar geciteerd: ‘We vrezen, omdat we niet willen verliezen waar we van houden’. Angst voor een tekort is logisch en begrijpelijk, maar in se niet in overeenstemming te brengen met de overtuiging dat God te vertrouwen is. Discipelschap uit zich in vertrouwen op God bij wie geen gebrek is (p.62). Vanuit die gedachte wil ik een dringende oproep doen uitgaan naar de oudere leiders in onze evangelische gemeenten: Ja, de kerken zullen veranderen als jonge leiders hun stempel zullen drukken op de gemeente. Ja, jonge leiders zullen dingen anders doen en in jullie ogen misschien zelfs verkeerd. Als zij echter leiding willen geven vanuit Gods liefde, dan is het zaak om de angst opzij te zetten en hen ruimte te geven. Heb vertrouwen op God! Ook dat is een onderdeel van volgeling van Jezus zijn.

Jonge leiders wil ik aanmoedigen om eveneens angst opzij te zetten: Leiding geven in een gemeente heeft consequenties op verschillende vlakken van je leven, maar onze God is te vertrouwen. Als God  in je hart een verlangen geeft om leiding te geven, stap dan over je angst heen. 

Durf je nog te bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood?

Als wij het Onze Vader bidden, dan rolt ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ zonder veel problemen over onze lippen. Ik heb elke dag van mijn leven meer dan genoeg brood. Is dat onderdeel van het Onze Vader nog een echt gebed voor ons?

Spreuken 30:8-9 werpt mogelijks een ander licht op dit vers:

Geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van mijn toegewezen deel aan brood.

Anders zou ik, verzadigd, U verloochenen en zeggen: Wie is de Heere? 

of anders zou ik, arm geworden, stelen, en de Naam van mijn God aantasten.

Op wereldschaal gezien leven wij op veel meer dan het ons toegewezen deel aan brood. Stel je voor dat we vanaf vandaag maar net genoeg zouden hebben om elke dag rond te komen. Dan zouden we niet echt arm zijn, maar zeker ook niet de neiging hebben om God te vergeten, niet de neiging hebben om te denken dat we God niet nodig hebben om ons brood te krijgen. Durven we ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ op die manier bidden: ‘Geef mij genoeg voor vandaag. En morgen zal ik erop vertrouwen dat U mij weer genoeg zal geven.’ Moeten we zo bidden?

Aanspreekbaar zijn…

Aanspreekbaar zijn is een belangrijk onderdeel in geestelijke groei en volgeling van Jezus zijn. In het recentste magazine van Open Doors staat een artikel dat aanspreekbaar zijn heel concreet maakt… het begint met een Aziatische context, maar Ron van der Spoel trekt de lijn prachtig door naar onze context. Lees het artikel niet vrijblijvend!

Doorgeven

Hoe geef je een christelijke levenswandel vorm, als je omgeving het tegenovergestelde verwacht? Ron van der Spoel sprak erover met pastors in Azië.

‘Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen’ Efeziërs 4:20 (NBG51)

Mag ik mijn vrouw nog slaan?

“De cultuur is soms sterker dan de Bijbel in mijn leven”, verzucht een Aziatische kerkleider met een moslimachtergrond. Sinds hij christen is geworden, getuigt hij in zijn omgeving van de Here Jezus en wil hij graag een voorbeeld zijn voor de gemeenteleden. Het doet hem pijn om te merken dat hij toch vaak terugvalt in zijn oude gewoonten, onder meer in het slaan en dwingen van zijn vrouw. Zij lijdt hieronder en hoopte dat hij zou veranderen, maar de praktijk blijkt anders.

De baas

In vrijwel elke training die ik geef aan pastors met een moslimachtergrond, komt de vraag naar voren hoe ze als christen moeten omgaan met hun vrouw. In de oosterse cultuur is het normaal dat je als man je vrouw en kinderen regelmatig slaat. Daarmee laat je zien dat je de heer des huizes bent en gezag over hen hebt: je bent geen echte man als je niet regelmatig met geweld laat zien dat je de baas bent.

Doorgaan met het lezen van “Aanspreekbaar zijn…”

‘In het kerkgebouw’ of ‘in Christus’?

Ik stootte vandaag op een zeer belangrijke vraag: Zijn onze kinder- en jeugdsamenkomsten ontworpen uit angst of voor ontzag?

Uit angst: Uit angst om onze kinderen/jongeren te verliezen, proberen we alles zo luchtig mogelijk te maken, zo weinig mogelijk inhoud te geven, zo aantrekkelijk en ontspannen mogelijk te presenteren. Uit angst dat ze zich zullen vervelen, creëren we een soort subkerk en dan verbazen we ons erover als veel jongeren een overstap naar de ‘echte kerk’ moeilijk of niet verteren. 

Voor ontzag: Alles wat we doen met de kinderen/jongeren, is bedoeld om hen te leren ontzag te hebben voor God (God te vrezen, volgens de oudere Bijbelvertalingen). Dat is het doel van eender welke samenkomst. We vormen jongeren tot volgelingen van Christus. We mogen hen leren dat een volgeling van Christus zijn hart en zijn verlangens op God en Zijn koninkrijk gericht heeft. Volwassenen hebben dé taak om een voorbeeld te zijn dat geïmiteerd kan worden!

Jongeren in het kerkgebouw houden is niet hetzelfde als jongeren in Christus houden!

(gedachten op basis van James K.A. Smith, ‘You are what you love’)

Vrij Zijn

vrij zijn

Vorig weekend streek Vrij Zijn twee dagen neer in Kortrijk. Is het mogelijk met een oprecht zoekend hart en toch gezond kritisch beschouwend te gaan? Ik heb het geprobeerd! Na de conferentie vroeg iemand mij in drie woorden feedback te geven. Ik heb even moeten nadenken en kwam tot: instemming, stijlverschil en denkwerk. Hieronder uitgewerkt in iets meer dan drie woorden… ongeveer duizend eigenlijk. Ook een vorige blogpost gaf al enkele gedachten weer.

Doorgaan met het lezen van “Vrij Zijn”

Stille mars moslims en christenen in Kortrijk

Morgen om 17 uur wordt in Kortrijk (vertrekkend bij de moskee) een stille mars gehouden naar aanleiding van de aanslagen eerder deze week in Brussel. Als christen kunnen we daar vanuit onze eigen overtuiging aan meedoen:

Wij willen een duidelijk signaal geven: wij geven onze moslim buren niet de schuld van de aanslagen. In tijden van angst hebben mensen de neiging om muren te bouwen rondom zichzelf of hun vertrouwde omgeving. Dat willen wij vermijden. Wij zien het als onze christelijke plicht de naaste lief te hebben en daar willen we actief mee bezig zijn. Met onze aanwezigheid laten we zien dat moslims onze naasten zijn.

Hoewel ik er zelf niet bij kan zijn, vind ik het wel belangrijk om dit initiatief te steunen. Wie nog mee wil gaan… laat je niet tegenhouden!

De aanslagen: brief aan de christenen in België

De recente aanslagen in de luchthaven van Zaventem en de metro van Brussel schudden ons door elkaar.

Het is triest om te zien hoe velen in onze maatschappij, en daarbij ook veel christenen, deze gebeurtenissen gebruiken om de deuren te sluiten voor mensen van andere origine. Dan spreek ik in de eerste plaats figuurlijk over het sluiten van het hart. Sommigen, ook christenen, zien in elke nieuwe belg en vreemdeling een potentiële zelfmoordterrorist. Er worden dwaze dingen gezegd: ‘iedereen (lees: elke nieuwe belg en vreemdeling) zou gecontroleerd moeten worden’. Er wordt gedacht én gehandeld uit angst voor wie er anders uitziet. Het is hallucinant dat we anno 2016 nog steeds niet voorbij de huidskleur kunnen zien.

Geliefde volgelingen van Jezus. Ik ben ervan overtuigd dat dit net tijden zijn waarin we uitgedaagd worden om opnieuw na te denken over wat ‘heb je naaste lief’ betekent. Dit zijn net tijden waarin we scherper kunnen zien hoe uitdagend Jezus’ onderwijs is. Dit zijn tijden waarin we kunnen laten zien dat we Zijn uitdaging opnemen. Doorstaan we de test of vallen we bij de eerste moeilijkheden door de mand?

Er leeft angst bij heel wat christenen. Wie handelt en denk vanuit angst, laat zien dat hij of zij vooral bezorgd is om de eigen situatie. Wij, die altijd maar weer benadrukken dat er meer is dan dit leven, zijn meer dan eens bang dat we het tijdelijke toch kwijtraken. Vreemd, toch? De vrees om iets te verliezen wat dierbaar is, kan zo allesoverheersend zijn dat Jezus’ oproep om de naaste lief te hebben, opzij gelegd wordt.

In Jezus’ tijd was het begrip ‘naaste’ vernauwd tot ‘iemand uit de eigen groep’. Met het verhaal van de barmhartige Samaritaan, de vijand, liet Jezus zien dat ‘naaste’ veel ruimer bekeken moest worden. Ik denk dat de tijden niet veranderd zijn. Vandaag is in België de vraag ‘wie is mijn naaste’ bijzonder actueel, misschien zelfs actueler dan in de afgelopen decennia. Laat angst niet bepalen wie je naaste is!

Haal meer uit de Bijbel

9789058111746Willem Ouweneel schreef: ‘Je kunt je geen betere gids tot de Bijbel voorstellen dan dit boek.’ Dat wekte mijn interesse om het te lezen. Ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat ik niet alle gidsen tot de Bijbel gelezen heb en dus moeilijk kan oordelen of dit de beste gids is, maar in elk geval verdient dit boek aanbeveling.

Wie de Bijbel leest, is, in meerdere of mindere mate, bezig met het interpreteren van de Bijbeltekst. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je een Bijbelvers gaat toepassen op je eigen leven. De grote vraag is: ‘Kan je dat zomaar doen? Zijn er bepaalde principes die belangrijk zijn als je de Bijbeltekst op je eigen context wil kleven?’

Hiermee komen we op het terrein van zaken als exegese, hermeneutiek en tekstkritiek. Indien exegese, hermeneutiek en tekstkritiek onbekende termen voor je zijn, dan raad ik je aan om dit
boek te lezen. Haal meer uit de Bijbel legt op een vrij eenvoudige en begrijpelijke manier uit wat bijvoorbeeld hermeneutiek is, welke basisprincipes er zijn, … Die principes zijn belangrijk om de Bijbel op een gezonde manier te interpreteren.

Dit boek bestond al langer in het Engels, maar is pas in 2015 uitgegeven in het Nederlands. Een sterk punt van de vertaling is dat er rekening gehouden wordt met de cultuur. Gelukkig maar! Er is een hoofdstuk over Bijbelvertalingen. Dat hoofdstuk zou vrij nutteloos geweest zijn als men het niet omgezet had naar de Nederlandstalige context. Men heeft dat op een goede manier gedaan. Het gebeurt niet vaak dat er in vertalingen zo veel rekening gehouden wordt met verschillen in cultuur.

Door het boek heen krijg je een veelzijdig beeld van verschillende genres en hoe de Bijbel nog steeds een boek voor vandaag is. Het is mogelijk dat de schrijvers heel scherp voor ogen staat waarom ze gekozen hebben voor de bestaande indeling, maar voor mij blijft het vaag. Na twee algemene hoofdstukken over interpreteren en Bijbelvertalingen, volgen twee hoofdstuken over de brieven. Eén hoofdstuk wordt gebruikt om iets te zeggen over contextueel denken en het andere over hermeneutiek. Daarna is er een hoofdstuk over vertelling in het Oude Testament en hoe we daarmee moeten omgaan, gevolgd door een hoofdstuk over Handelingen. Ook de rest van de hoofdstukken is, naar mijn gevoel, niet logisch opgebouwd. Kortom, een veelzijdig beeld, maar het komt mij vrij rommelig over.

De schrijvers, twee bijbelschool-docenten, zijn niet bang om standpunten in te nemen wanneer ze bepaalde principes uitleggen en deze toepassen. Een goed voorbeeld vond ik in het hoofdstuk over Handelingen, waar kort ingegaan wordt op de doop en avondmaal. Volgens de schrijvers ‘zijn er goede redenen om de doop door onderdompeling als de manier van dopen te zien; zijn er minder sterke redenen aan te voeren voor het iedere zondag vieren van het Heilig Avondmaal; zijn er bijna helemaal geen redenen te vinden voor de kinderdoop’ (p.151-152). Niet iedereen zal het daarmee eens zijn, maar we worden in het boek zeker uitgedaagd om goed na te denken over de interpretatie van de Bijbel!

Gordon D. Fee, Douglas Stuart, Haal meer uit de Bijbel, (Highway Media, 2015, 340 blz.)

 

Artikel 12: en een eeuwig leven

Artikel 11 en 12 horen bij elkaar, ze veronderstellen elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Het is logisch dat de opstanding uit artikel 11 geen nieuwe dood meer inhoudt. Evenzo is het logisch dat een eeuwig leven gepaard gaat met opstanding. Voor dualistische filosofieën (Grieken bij uitstek) waren dit twee lastige artikels.

Eeuwig leven

Eeuwig leven betekent niet simpelweg een eeuwig voortbestaan, want dat heeft iedereen. In het Oude Testament spreekt Daniël 12:2 over eeuwig voortbestaan en de twee mogelijkheden die er zijn (eeuwig leven of eeuwig afgrijzen). In het Nieuwe Testament vinden we eeuwig leven in bijvoorbeeld Johannes 3:16, 6:40 en 2 Korintiërs 5:1. In Matteüs 18:8 en 2 Tessalonicenzen 1:8-9 lezen we anderzijds over eeuwig vuur. Eeuwig leven met God is verbonden met Jezus Christus, die alle macht heeft op hemel en aarde. Het wordt zelfs een erfenis genoemd (Kolossenzen 1:12).

Toch is het niet enkel voor straks. Johannes 3:16 zegt ‘ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’. Wat betekent dat: eeuwig leven heeft? Het gaat niet over het toegangsbewijs tot het eeuwig leven. U hebt het eeuwig leven. In 1 Timoteüs 6:12 staat ‘grijp het eeuwig leven’. Met je voeten ben je in deze eeuw, met je hart in de toekomende. Leef alsof je al in een tijd van gerechtigheid en vrede leeft, alsof dat vanzelfsprekend is, alsof voor iedereen hetzelfde geldt.

Wat is het eeuwig leven?

Beantwoord volgende vraag eens voor jezelf: Wat is het eeuwig leven?

  • Eeuwig bij God mogen zijn
  • God kennen

Doorgaan met het lezen van “Artikel 12: en een eeuwig leven”

Artikel 11: de opstanding van het lichaam

Lichamelijke opstanding

De vergeving van onze zonden (zie artikel 10) is belangrijk, maar God schenkt ons zoveel meer! Dit artikel is erg toekomstgericht.

In Jezus’ tijd overheerste het Grieks denken in grote delen van het Romeinse rijk. Er was een sterk onderscheid tussen ziel en lichaam. Wij nemen dat over als we bijvoorbeeld spreken over een stoffelijk overschot. God zal onze sterfelijke lichamen weer levend maken (Romeinen 8:11). Voor Grieksdenkenden is dat een belachelijk idee. Voor Joodsdenkenden is de opstanding van het lichaam, het herleven van de doden een veel normalere zaak.

Jezus kondigde de opstanding van de doden aan (Lucas 14:14, Johannes 5:27-29). Paulus maakt duidelijk dat de opstanding van de doden zelfs een onontbeerlijk gegeven is (1 Korintiërs 15:13-14). Geestelijk gezien hebben wij al een opstanding meegemaakt en leven wij al een nieuw leven (Romeinen 6:3-5). De Geest fungeert als onderpand voor het nieuwe opgestane en verheerlijkte lichaam (2 Kor.5:1-5).

Doorgaan met het lezen van “Artikel 11: de opstanding van het lichaam”