Spreuken zijn maatschappelijk relevant

Het Bijbelboek Spreuken is maatschappelijk relevant. Dat lees je vanaf de eerste verzen (NBV-vertaling).

Spreuken 1:1-3

Hier volgen de spreuken van Salomo, zoon van David en koning van Israël. Ze bieden wijsheid en zijn een leidraad in het leven, verdiepen het inzicht en bevatten wijze lessen over recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid.

De spreuken zijn een leidraad in het leven. In andere vertalingen vinden we in plaats van ‘leidraad’ het woord ‘vermaning’: ‘om bekend te worden met wijsheid en vermaning, om woorden vol inzicht te begrijpen…’ (HSV-vertaling). Een leidraad kan je ook vertalen met discipline. Dat woord heeft een negatieve connotatie gekregen, maar eigenlijk is er niets negatiefs aan. Dat is minder vrijblijvend dan leidraad, lijkt wat lastiger. Het is door keer op keer naar de spreuken te luisteren en er inzicht in te krijgen, dat ze iets zullen uitwerken. Het gaat er niet over dat je ze memoriseert en als een soort google maps gebruikt om te doen wat goed is, maar dat de principes door discipline ingebeiteld raken.

Waarom? Zodat je de verworven inzichten te pas en te onpas kan rondstrooien naar iedereen die het horen en niet horen wil. Natuurlijk niet! We lezen dat de uiteindelijke bedoeling van de spreuken is dat ze leiden tot het uitwerken van recht, rechtvaardigheid en eerlijkheid. Spreuken zijn maatschappelijk relevant! Onderstaande quote is gedeeltelijk parafrase en citaat van Ted VanderEnde (Commentarenreeks op het Oude Testament De Brug; deel Spreuken; p.45):

Ze geven een stevige basis om als individu ethisch om te gaan met anderen en de gemeenschap en maatschappij positief te beïnvloeden en versterken. De relatie tussen de enkeling en zijn of haar gemeenschap moet er één van gerechtigheid en oprechtheid zijn.

Het karakter van het individu beïnvloedt het karakter van de gemeenschap.

Vreugde en lijden sluiten elkaar niet uit

Miroslav Volf: ‘Werkelijke vreugde en het lijden sluiten elkaar niet uit. We worden vandaag de dag bedolven onder een oneindigheid aan onvervulbare verlangens en onhaalbare verantwoordelijkheden. We kunnen maar moeilijk tevreden zijn. Dat zit vreugde echt in de weg. Dat geldt niet voor het lijden.’

In november van afgelopen jaar was Miroslav Volf te gast in de Vrije Universiteit Amsterdam. Na een lezing zei hij bovenstaande geciteerde woorden (https://lazarus.nl/2018/11/miroslav-volf-life-worth-living/). Koren op de molen die al heel lang in mijn hoofd draait.

Onze maatschappij vertelt ons dag aan dag dat ons leven beter moet worden. Het moet een stijgende lijn zijn. Op elk vlak moet er vooruitgang zijn: een betere job, een betere auto, een beter huis, … Het is begrijpelijk dat we zo denken. Wij, de generaties van na de tweede wereldoorlog, leven namelijk in een maatschappij die er ogenschijnlijk steeds op vooruit gaat. Wij hebben geen periodes gekend van diepe miserie, periodes waarin nagenoeg alles afgenomen werd. Zelfs de crisis van 2008 heeft ons nauwelijks achteruit geslagen (de berg spaargeld waar de Belgen op zitten, kreeg toen een klapje, maar sindsdien breken we weer jaarlijks records). Wij moeten er jaar na jaar op vooruit gaan.

Dat denkpatroon is nefast voor ons geestelijk welzijn. De lat ligt enorm hoog. Het werkt verstikkend. We moeten erop vooruit gaan, maar we worden ermee geconfronteerd dat het leven niet per se beter wordt met de dag. Lijden is er simpelweg een onderdeel van. Kijk alleen maar het ouder worden. Elk lichaam takelt af. Dat irriteert ons. Het lijkt niet te kloppen.

Prediker 3 biedt ons een veel juister denkpatroon: ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien.’

Je kan je daarnaast ook de vraag kunnen stellen wat de oorzaak is van de massa burn-outs en depressies. Ik wil ze niet op één hoop gooien, maar ik ben er behoorlijk van overtuigd dat een deel daarvan het gevolg is van het denkpatroon dat alles altijd beter moet. Van de lat die bijzonder hoog ligt. Tevredenheid zou misschien wel een sleutel kunnen zijn voor heel wat van mijn generatiegenoten. De acceptatie dat er een uur is voor alles: een uur om te rusten, een uur om te werken (ik bedoel het beeldend), een uur waarin het goed gaat, een uur waarin het moeilijker gaat, … Dat zal ons meer vreugde brengen dan een nieuw record aan spaargeld!

Calvin’s commentaries, free download!

John Calvin wrote a commentary on almost every Bible book. You can read these commentaries, for free*! First you have to go through some (easy) steps.

  1. If you have e-sword installed already, you can go to step 2 immediately. If you don’t have e-sword installed yet, go to https://e-sword.net and install the program.
  2. Now go to http://www.biblesupport.com. As you can see, a lot of modules for e-sword can be found here. You first have to register before you can download anything.
  3. After registration go to http://www.biblesupport.com/e-sword-downloads/file/786-calvin-john-complete-commentaryexe/, download and install the module. Ready!

* e-sword is free for Windows users. It’s available for MacOS and iOS, however not free.

Nederlandstalige versie nodig? Klik hier

Gespreksbijbel

Een mooie uitgave is het wel, de Gespreksbijbel. Er wordt gewerkt met verschillende kleurtjes, ingevoegde kaders (daarover later meer), met foto’s en tekeningen, golvende lijntjes, …

Het is een dik boek, met ongeveer 2300 bladzijden. De Gespreksbijbel onderscheidt zich van een kinderbijbel in de zin dat deze versie de volledige bijbeltekst (HSV) bevat. Het enige merkbare verschil met de gewone HSV-tekst is dat er meer tussenkopjes staan. 

Het doel van deze Bijbel? 

Ouders ondersteunen die met hun kinderen (7-12 jaar) de Bijbel lezen en het gesprek willen aangaan over de tekst. Er wordt gewerkt met drie kadertjes bij elk hoofdstuk. Elk kadertje heeft een verschillende kleur en een verschillend icoontje. 

  • Aan het begin van het hoofdstuk een punaise: een leesprikkel die uitdaagt om het hoofdstuk te gaan lezen. 
  • Een tekstballonnetje: hier wordt een handreiking gegeven om in gesprek te gaan over wat je aan het lezen bent.
  • Een lampje: een stukje uitleg over iets dat in het hoofdstuk naar voren komt. Dit gaat heel breed. 

Verspreid doorheen de Bijbel vind je 77 (toeval of niet?) sleutelwoorden die toegelicht worden. Dit zijn woorden die lastig te vertalen zijn en die de redactie heeft laten staan. Denk hierbij aan ‘genade’, ‘kindschap’, ‘heere van de legermachten’, … Woorden die voor 7-12-jarigen bepaald niet eenvoudig te begrijpen zijn. Het leuke is dat elk van deze woorden twee keer toegelicht wordt. Eén keer waar het voorkomt in het Oude Testament en één keer in het Nieuwe Testament en ze worden ook anders uitgewerkt. Achteraan de Bijbel vind je dan al deze woorden chronologisch met hun verschillende uitwerking. Theologie op kindermaat! 

Helemaal aan het einde worden er nog tips gegeven voor doe-opdrachten, gekoppeld aan bepaalde hoofdstukken. Volgens hoofdredacteur Ewout van den Noort is er ongeveer één opdracht per zeven hoofdstukken.

De moeite om aan te schaffen?

De Bijbel kost 59 euro (tot 25/01/19 geldt een actieprijs van 49 euro) en is dus niet goedkoop. Voor ouders die dagelijks met hun kinderen lezen, kan ik het wel aanbevelen. 

De kadertjes die prikkelen om te lezen, gesprek te voeren en uitleg geven, zijn gebaseerd op de gedachte dat je telkens een hoofdstuk leest. Als je dat niet doet en pakweg tien verzen per dag leest, dan verliest deze Bijbel wel wat nut. De kaders met het tekstballonnetje en het lampje staan niet aan het einde van hoofdstuk, wat een vertekend beeld geeft. Meestal moet je wel het hele hoofdstuk gelezen hebben om die kaders te bespreken.

De aanschaf kan wel degelijk een stimulans betekenen voor het samen lezen en overdenken van Gods Woord. Naar mijn aanvoelen wordt de doelgroep (7-12 jaar) behoorlijk goed ingeschat. Ouders kunnen hier wel wat mee. Ik ben er zeker van dat de uitleg die gegeven wordt bij bepaalde onderwerpen of sleutelwoorden niet alleen nuttig zal zijn voor de kinderen, maar ook voor ouders. 

Ewout van den Noort (red.), Gespreksbijbel Herziene Statenvertaling, (Royal Jongbloed, 2018, 2290 blz.)

Vijfvoudig leiderschap en de #NashvilleVerklaring

Stel dat een apostel, een profeet, een evangelist, een herder en een leraar samenzitten en zich buigen over hoe de kerk moet omgaan met LGTB.

De apostel zou nieuwe wegen zoeken voor de kerk. Hij ziet mogelijkheden die de anderen niet zien en zoekt naar bruggen.

De profeet zou gericht zijn op een kerkelijk leven dat de belijdenis en een rechtvaardige manier van handelen in overeenstemming brengt.

De evangelist zou voor ogen houden dat Gods boodschap voor iedereen bedoeld is.

De herder zou erop hameren dat Jezus een relatie wil aanknopen met elk mens, omdat Hij elk mens liefheeft.

De leraar zou overtuigd zijn van Bijbelse waarheden en die in het gesprek brengen.

Stel dat zij met gelijkwaardige inbreng in gesprek gaan. Zouden zij een NashvilleVerklaring produceren? Of een heel andere verklaring? Of zouden ze concluderen dat het het beste is om helemaal geen document te schrijven? Ik vraag het me oprecht af.

‘Houden van’ is blijkbaar niet hetzelfde als ‘begrijpen’

Er viel een brede lichtbundel in de tent. Elkana stond in de tentopening en kondigde aan dat ze de volgende dag naar Silo zouden gaan.

Hanna zuchtte. Het was weer die tijd van het jaar. En ze zag er, zoals elk jaar, als een berg tegenop.

Elkana, haar man, wilde elk jaar met heel de familie naar Gods woonplaats in Silo om offers te brengen. Het was terecht om God te eren als Degene die alles in Zijn hand had en elk jaar zorgde voor de oogst en het vee. Wat zou het heerlijk zijn als ze dit jaar eens niet zou moeten gaan. Of als ze met z’n tweeën konden gaan, Elkana en zijzelf… zonder Peninna, Elkana’s andere vrouw, en haar reeks zonen en dochters.

Peninna, de vrouw die haar steeds weer treiterde, vooral in deze tijd van het jaar. Elk jaar opnieuw die zogenaamd onschuldige opmerkingen over hoe heerlijk het was om de God te danken die haar zoveel kinderen gegeven had. Ze had een reeks gelijkaardige opmerkingen en werkte die elk jaar nauwgezet af. Dat zou nu niet anders zijn. Elke opmerking zou een dolk zijn in Hanna’s hart. De Heere van de legermachten leek haar vergeten te zijn. Waarom wou Hij haar niet zegenen, terwijl Zijn zegen er wel was voor Peninna en Elkana.

Elkana hield van Hanna, dat wist ze wel. Zij zou bij het feestmaal in Silo het betere deel van de geslachte schapen krijgen, maar ze zou er echter heel wat voor over hebben als Elkana haar ook echt zou begrijpen. Ook dit jaar zou hij wellicht weer vragen waarom ze huilde en waarom ze niet at. De grootste hekel had ze aan de terugkerende vraag of hij voor haar niet meer waard was dan tien zonen? Wat een ongevoelige *! Zag hij dan niet ze zich nooit volwaardig zou voelen als ze verstoken bleef van de zegen van de Heere van de legermachten? Of wou hij het niet zien?

Hanna huilde stil in het vooruitzicht van het feest… zou het ooit anders zijn?

 

 

* hier mag je zelf aanvullen: man, vent, knar of misschien een scheldwoord (hou het wel proper, aub!)

 

 

Mag het of mag het niet?

Christenen stellen zich vaak de vraag: Mag het of mag het niet? Vaak benaderen we op die manier het Nieuwe Testament of, bij uitbreiding, de Bijbel. We zoeken een duidelijk antwoord op ethische of ecclesiologische vragen, eentje dat geldt voor alle tijden en alle situaties.

We zouden ons beter de vraag stellen die, naar mijn aanvoelen, de motor was voor Paulus’ brieven: Dient iets tot de verspreiding van het evangelie of vormt het een belemmering? Ik meen dat deze vraag geldt voor elk individu, elk gezin en elke gemeente. De vraag stellen én ernaar leven, heeft verstrekkende gevolgen. Een houding of mening die in Paulus’ tijd de verspreiding van het evangelie diende, kan in deze tijd een belemmering vormen. Een houding of mening die in West-Europa de verspreiding van het evangelie dient, kan in Zuid-Amerika een belemmering vormen.

‘Exodus en Leviticus’, ‘Numeri en Deuteronomium’ voor iedereen

Na de twee delen over Genesis in 2016, verschenen in 2017 nog twee delen uit de reeks ‘Het Oude Testament voor iedereen’: ‘Exodus en Leviticus’ en ‘Numeri en Deuteronomium’. De positieve recensie van de delen over Genesis vindt u hier.

Kort

Goldingay wendt een aparte manier aan om de Bijbelboeken te bespreken. Eerst en vooral is ‘kort’ een goede typering. Op 272 bladzijden worden ‘Exodus en Leviticus’ besproken. Voor ‘Numeri en Deuteronomium’ zijn dat er 288. En als je weet dat de boekjes maar een iets groter formaat (19×13 cm) hebben dan de meeste standaardbijbels, dan mag je geen uitgebreide bespreking van punten en komma’s verwachten. Goldingay neemt, net als in de boeken van Genesis, een (deel van een) hoofdstuk, soms zelfs twee hoofdstukken, en verbindt daar een gedachte aan.

Ik gebruik de boekjes ter experiment nu zelf als dagelijkse lezing en dat is eigenlijk wel aangenaam. Je moet weliswaar iets meer dan vijf minuutjes tijd willen nemen om stil te staan.

Geen bandwerk

Hoewel Goldingay zich naar eigen zeggen voor deze reeks voorgenomen had om 1000 woorden per dag te schrijven, krijg je niet het gevoel dat dit bandwerk is geweest. Elk stukje wordt ingeleid aan de hand van een anekdote en dat is vaak iets dat de schrijver zelf meegemaakt heeft. Door die anekdotes duik je meteen in het verhaal en de boodschap die de schrijver wil meegeven.

Ook zijn uitleg is geen bandwerk. Als oudtestamenticus kan Goldingay bogen op een brede achtergrond, maar hij slaagt erin om die kennis te verwerken in uitstekend leesbare boodschappen. Dat toont aan dat Goldingay niet enkel een goed schrijver, maar ook een goed onderwijzer is. Het is helaas niet velen gegeven.

Uitdagend

Een voorbeeldje… Is het van belang of de ezelin in het verhaal van Bileam echt gesproken heeft? De meeste lezers van deze recensie zullen volmondig uitroepen: ‘Ja!’ en wellicht zijn er die verontwaardigd zijn dat deze vraag zelfs maar opgeworpen wordt. Sommige lezers zullen de wenkbrauwen fronsen, maar benieuwd zijn naar wat er volgt. Nog anderen zullen blij zijn dat deze vraag eindelijk eens gesteld wordt. Het mag duidelijk zijn dat de boekjes af en toe best uitdagend zijn. Om bij het voorbeeld van Bileam te blijven. Goldingay spreekt de lezers aan die maar moeilijk kunnen geloven dat een ezel kan spreken. Hij schrijft daarbij dat de vraag of God spreekt belangrijker is dan de vraag of een ezel spreekt, maar daarmee zegt hij nog niet wat hij zelf gelooft.

Overigens, Goldingay poneert dat er drie ezels zijn in het verhaal: Balak, Bileam en de ezelin die door Bileam geslagen wordt. Waarom hij dat zegt, moet u zelf lezen, maar ik hou wel van dit soort gedachten.

 

Kortom, deze boekjes zijn een aanrader. Ook al omdat ze de lezer helpen om op een aangename manier doorheen Leviticus en Numeri te wandelen; twee Bijbelboeken die door velen het label ‘onleesbaar’ of ‘oersaai’ krijgen.

 

John Goldingay, Exodus en Leviticus voor iedereen, (Uitgeverij van Wijnen, 2017, 272 blz.)

John Goldingay, Numeri en Deuteronomium voor iedereen, (Uitgeverij van Wijnen, 2017, 288 blz.)

1 Johannes 1:9 : een splijtzwam?

Zal 1 Johannes 1:9 een volgende splijtzwam worden in de evangelische wereld? Moeten christenen hun zonden belijden? Is dit vers geschreven aan gelovigen of aan niet-gelovigen? De discussie is hier en daar alvast gaande.

Rechtvaardig

Het is belangrijk om een goed begrip te hebben van ‘rechtvaardig’. Meestal interpreteren westerse christenen Gods rechtvaardigheid of gerechtigheid als: God bestraft zonden op een correcte manier. Daar moeten we dringend vanaf stappen.

Gods gerechtigheid wordt in het Oude en Nieuwe Testament als iets moois beschreven. Lees Romeinen 3:21-31 en proef dat God Zijn gerechtigheid wil bewijzen. Hoe? Door degene die gelooft in Jezus Christus te rechtvaardigen. Er is geen oordeel meer!

Een rechtvaardige is iemand die doet wat er van hem verwacht wordt binnen een bepaalde relatie. Als God heeft gezegd dat Hij Zijn volk nooit zal verlaten en Hij is rechtvaardig, dan zal Hij Zijn volk nooit verlaten. Als God heeft gezegd dat Zijn volk het land zal verliezen als het zich naar afgoden keert en Hij is rechtvaardig, dan moet Hij het land afnemen van Zijn volk. Als God heeft gezegd dat wie in Jezus Christus gelooft nieuw leven krijgt, dan moet Hij, om rechtvaardig te handelen, iedereen die in Jezus Christus gelooft nieuw leven geven.

God is rechtvaardig wil dan zoveel zeggen als: God handelt overeenkomstig wat Hij gezegd heeft. Gods rechtvaardigheid en de verbonden die Hij gesloten heeft, zijn dus nauw verbonden met elkaar. Wat zegt dat over de verbonden met het volk Israël, maar ook over het nieuwe verbond dat Jezus Christus gesloten heeft?

Rechtvaardig en vergeving van ongerechtigheid

Op de manier zoals die hierboven beschreven is, moeten we ook naar 1 Johannes 1:9 kijken. Het lijkt tegenstrijdig dat God getrouw en rechtvaardig is en ons reinigt van onze ongerechtigheden. Toch zou je kunnen zeggen dat, als God rechtvaardig is en wij beroep doen op het bloed van Jezus Christus, dat Hij ons dan wel moet vergeven. Dat klinkt misschien alsof we God in een hoek duwen, maar naar mijn aanvoelen is het net de manier waarop God werkt. Hij verbindt zich met de mens en handelt er ook naar.

De angel

Traditioneel wordt 1 Johannes 1:9 bekeken als een vers dat ‘bewijst’ dat ook christenen hun zonden moeten belijden. Deze uitleg wordt uitgedaagd door een beweging die stelt dat vergeving van zonden niet meer hoeft en dus zegt men dat 1 Johannes 1:9 op niet-gelovigen slaat.

Stel dat het hier gaat over niet-gelovigen

In dat geval is deze tekst een sterke aanmoediging voor niet-gelovigen om erop te vertrouwen dat Gods rechtvaardigheid betekent dat er vergeving is voor wie zonden belijdt en beroep doet op het bloed van Jezus Christus. Onze ongerechtigheid wordt beantwoord met vergeving. Dat gelovigen geen zonden meer te hoeven belijden, komt voort uit het begrijpen dat het verbond in Christus betekent dat God niet meer op afstand van de gelovige staat, maar ondeelbaar verbonden is met de mens. De fouten die de gelovige nog maakt, zorgen er niet voor dat God (of Zijn Geest) afstand neemt van hem of haar.

Stel dat het hier gaat over gelovigen

In dat geval is deze tekst een sterke aanmoediging voor de gelovige om uit te spreken dat hij of zij fouten maakt. De loop van de kerkgeschiedenis heeft echter de gedachte opgeleverd dat we om vergeving van zonden moeten smeken: ‘Wilt U mij vergeven?’ Die gedachte komt voort uit een verkeerd begrijpen en zelfs geringschatten van de krachtige genade die besloten ligt in het nieuwe verbond. Als we Gods gerechtigheid begrijpen, dan begrijpen we ook dat de vraag of God onze zonden wil vergeven, eigenlijk geen vraag moet zijn. Iemand die heeft begrepen dat God rechtvaardig is, moet er immers van uitgaan dat God vergeeft als je beroep doet op het bloed van Jezus Christus. Het belijden van zonden is dan veel meer te zien als een gesprek tussen Vader en zoon/dochter. Niet om de relatie te herstellen, maar vanuit een gezond verlangen naar openheid en transparantie, een frisse start.

De angel eruit

Het zou bijzonder jammer zijn als deze tekst een splijtzwam wordt in de kerk. Ten diepste hoeft er namelijk geen discussie te zijn.

  • Elke gelovige zal erkennen dat God iedereen vergeving schenkt, op basis van het bloed van Jezus Christus. God is rechtvaardig!
  • Elke gelovige zal erkennen dat zijn of haar leven (handelen, spreken, denken) niet over de hele lijn in overeenstemming is met wat God wil (er is een geestelijke strijd!).
  • Vermoedelijk, al ben ik daar minder zeker van, zal elke gelovige kunnen bedenken dat het niet verkeerd is om met de Vader te spreken over wat er misloopt in het dagelijks leven en dat eerlijkheid en transparantie net lucht geeft (hoewel de Vader natuurlijk al weet, en wellicht beter weet, waar het schoentje wringt).
  • En ik ben ervan overtuigd dat elke gelovige die begrijpt dat God rechtvaardig is, ook zal begrijpen dat hij of zij niet hoeft te smeken om vergeving. De vergeving is al geschonken.

Laat ons de angel uit de discussie halen voor het een splijtzwam wordt en erkennen dat we dezelfde basis hebben: God is rechtvaardig. Wat een heerlijke boodschap! Het creëert een enorme vrijheid in ons denken als we daarenboven beseffen dat niet alleen God rechtvaardig is, maar dat wij overeenkomstig het beeld van God in ware rechtvaardigheid en heiligheid geschapen zijn (Ef.4:24). Kijk eens met die bril naar jezelf (en de gelovigen rondom je).

Gratis ‘Mijn Bijbel’ app

Prachtnieuws. Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft een gratis app gelanceerd, die beschikbaar is in de App store en op Google Play.

Volgende vertalingen zitten in de app: NBV, BGT, NBG ’51, GNB, SV en Friske Bibel (die laatste is wat minder relevant voor mij). Ze zijn sowieso online beschikbaar. Om offline te kunnen lezen, moet je na installatie van de app alle vertalingen die je wil hebben apart downloaden. Eenmaal je ze gedownload hebt, kan je ze volledig offline gebruiken.

Aanradertje!

Israël, dag 5

Yad Vashem

Onze laatste volledige dag begint met een bezoek aan Yad Vashem, het holocaustmuseum. Het woord ‘holocaust’ wordt door de Joden vermeden, omdat dat gebruikt wordt voor brandoffers aan God. De 6.000.000 vermoorde Joden vormden geen brandoffer aan God. Het woord ‘shoah’, catastrofe, is veel correcter.

Het doet pijn om door het museum te lopen en ik ga met meer vragen buiten dan toen ik binnenkwam. Hoe is het mogelijk dat Hitler, die al in 1920 zijn ideeën duidelijk verspreidde, zomaar zijn gang is kunnen gaan? Is het misschien omdat de wereld het met hem eens was? Waarom werd de infrastructuur van de uitroeiingskampen nooit gebombardeerd? De kiem van de shoah lag in leugens. In hoeverre bepalen leugens vandaag onze houding ten opzichte van Joden? Of ten opzichte van vluchtelingen? Of …?

Via Dolorosa

img_6679We eten op een terrasje langs de Via Dolorosa, de weg die Jezus volgens de overlevering met het kruis op zijn rug richting Golgotha ging. Gisteren waren we bij de ‘Garden tomb’ met een alternatieve locatie voor Golgotha. Vandaag bezoeken we de traditionele locatie, waar de Heilige Grafkerk staat. Een kerk die door zes christelijke groeperingen beheerd wordt… nu ja, beheerd. De ladder boven de ingang (zie foto) staat daar al sinds 1850 (of 1750 volgens sommigen), als gevolg van de verdeling van de kerk. Gelukkig wordt een en ander vandaag wel gerestaureerd, want stukken van de kerk staan op instorten.

De Joodse wijk

In de Joodse wijk werd tussen 1976 en 1985 de ‘Cardo Maximus’ opgegraven over een lengte van 200 meter. Deze Romeinse/Byzantijnse hoofdstraat met pilaren ligt zes meter onder het tegenwoordige straatniveau. Op één plaats heeft men nog dieper gegraven en overblijfselen gevonden van de muren uit de Hasmonese tijd (1e-2e eeuw v.Chr.). De straten waar Jezus over liep, liggen dus meters onder de smalle, steile straatjes van de huidige oude stad. Toch kost het niet veel moeite om je voor te stellen dat Jezus en Zijn discipelen bij één van de vele kraampjes falafel aten voor 14 sjekel. Het is heerlijk om zo door Jeruzalem te banjeren en de afstand van 2000 jaar tussen het Nieuwe Testament en onze tijd toch een beetje te overbruggen.

Gisteren: dag 4

Onze Vader … laat Uw Naam geheiligd worden

Een prachtig verbredend stukje over de relatie tussen ‘Onze Vader’ en ‘laat Uw Naam geheiligd worden’.

When we call God ‘Father’, we are called to step out, as apprentice children, into a world of pain and darkness. We will find that darkness all around us; it will terrify us, precisely because it will remind us of the darkness inside our own selves. The temptation then is to switch off the news, to shut out the pain of the world, to create a painless world for ourselves. A good deal of our contemporary culture is designed to do exactly that. No wonder people find it hard to pray. But if, as the people of the living creator God, we respond to the call to be his sons and daughters; if we take the risk of calling him Father; then we are called to be the people through whom the pain of the world is held in the healing light of the love of God. And we then discover that we want to pray, and need to pray, this prayer. Father; Our Father; Our Father in heaven; Our Father in heaven, may your name be honoured. That is, may you be worshipped by your whole creation; may the whole cosmos resound with your praise; may the whole world be freed from injustice, disfigurement, sin, and death, and may your name be hallowed. And as we stand in the presence of the living God, with the darkness and pain of the world on our hearts, praying that he will fulfill his ancient promises, and implement the victory of Calvary and Easter for the whole cosmos—then we may discover that our own pain, our own darkness, is somehow being dealt with as well.

This, then, I dare say, is the pattern of Christian spirituality. It is not the selfish pursuit of private spiritual advancement. It is not the flight of the alone to the alone. It is neither simply shouting into a void, nor simply getting in touch with our own deepest feelings, though sometimes it may feel like one or other of these. It is the rhythm of standing in the presence of the pain of the world, and kneeling in the presence of the creator of the world; of bringing those two things together in the name of Jesus and by the victory of the cross; of living in the tension of the double Advent, and of calling God ‘Father’.

Tom Wright, The Lord and His prayer.

Het boek is vertaald in het Nederlands. Ik heb, bij gebrek aan die vertaling, hieronder een poging ondernomen zelf te vertalen.

Wanneer we God Vader noemen, dan worden we geroepen om naar buiten te gaan, als leerlingen, in een wereld van pijn en duisternis. We zullen ontdekken dat de duisternis ons omgeeft; het zal ons afschrikken, omdat het ons herinnert aan de duisternis in onszelf. De verleiding is om het nieuws uit te zetten, de pijn van de wereld uit te bannen, een pijnloze wereld voor onszelf te creëren. Een groot deel van onze huidige cultuur is ontworpen om exact dat te doen. Het is logisch dat mensen het dan moeilijk vinden om te bidden. Maar indien wij, als mensen van de levende en scheppende God, antwoorden op Zijn roep om Zijn zonen en dochters te zijn, als we het risico nemen Hem Vader te noemen, dan worden we geroepen om mensen te zijn door wie de pijn van de wereld gehouden wordt in het helende licht van Gods liefde. En dan ontdekken we dat we dit gebed willen bidden, moeten bidden. Vader; Onze Vader; Onze Vader in de hemel; Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam geheiligd worden. Dat betekent dat Hij door de hele Schepping aanbeden zal worden, dat de hele kosmos Zijn lof zal doen weerklinken, dat de hele wereld bevrijd zal worden van onrechtvaardigheid, beschadiging, zonde en dood en dat Zijn naam geheiligd zal worden. En als we staan in de aanwezigheid van de levende God, met de duisternis en pijn van de wereld in onze harten, biddend dat Hij Zijn eeuwenoude beloften zal vervullen en de overwinning van Golgotha en Pasen zal realiseren in heel de schepping, dan zullen we misschien ontdekken dat er met onze eigen pijn en duisternis ook op een of andere manier afgerekend wordt.

Dit is, durf ik te zeggen, het patroon van christelijke spiritualiteit. Het is niet het zelfzuchtig najagen van eigen geestelijke vooruitgang. Het is niet de vlucht van de ene naar de Ene*. Het is niet zomaar roepen in een leegte en evenmin in aanraking komen met ons eigen diepste gevoelens, ondanks dat het soms wel op het ene of het andere lijkt. Het is het ritme van staan in de aanwezigheid van de pijn van de wereld en knielen in de aanwezigheid van de Schepper van de wereld; het ritme van deze beide zaken samen te brengen in de naam van Jezus, door de overwinning van het kruis; het ritme van leven in de spanning van de dubbele Advent** en van God ‘Vader’ te noemen.

 

* Wright verwijst naar een uitspraak van Plotinus. Het individu dat, los van anderen/de wereld, naar God zoekt/vlucht. Dit terwijl het Nieuwe Testament zeer duidelijk maakt dat dat onmogelijk is. Helaas kenmerkend voor de spiritualiteit van veel (westerse) christenen.

** Eerder in het boek spreekt Wright hierover. We leven tussen de dubbele advent, de eerste en tweede komst van Jezus.

Feest van het koninkrijk

‘Feest van het koninkrijk’ is een werkboek dat de basis kan zijn van een zes weken durend gemeenteproject rond het Onze Vader. Je vindt er een uitgewerkte dagelijkse stille tijd voor de zes weken en gespreksmateriaal voor groeigroepen (of kringen, celgroepen, hoe je het ook noemen wil).

Thema’s

De thema’s van de zes weken zijn logischerwijs gebaseerd op het Onze Vader:

– God is onze Vader en wij bidden als zijn geliefde dochters en zonen

– God maakt zijn schepping heel en wij worden betrokken in die heelmaking

– God brengt en nodigt ons uit om een gemeenschap van gerechtigheid te zijn

– Wij mogen leven in vrijheid – als vergeven mensen die ook elkaar vergeven

– Gods bevrijdt en nodigt ons uit om een bevrijdende gemeenschap te zijn

– God maakt het waar en Hij nodigt ons uit om te leven vanuit zijn toekomst

Uitdaging naar buiten

Veel boekjes die een leidraad geven voor stille tijd zijn nogal basis en weinig uitdagend. Dit boekje geeft meer uitdaging. De reden is dat de lezer uitgedaagd om vanuit het christen zijn naar buiten te kijken. Veel andere boekjes zijn vooral gericht op de innerlijke geloofsversterking. Dat is op zich prima, maar als de gerichtheid naar buiten ontbreekt, dan ontbreekt er iets essentieels. Je kan wel hameren op God die liefde is en liefde geeft, maar liefde beleef je in relatie met een ander.

Het Onze Vader wordt in de stille tijd en in de uitwerking voor de groeigroepen vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Het is best een brede kijk, waarin aandacht wordt besteed aan hoe je als mens betrokken wordt in de Drie-eenheid, wat je plaats is in je omgeving (natuur, medemens, kerk). Daarbij is belangrijk op te merken dat de stille tijd en de groeigroepen niet (enkel) bedoeld zijn om te kijken naar de omgeving, maar om in actie te schieten.

Kring

Ik heb alvast de uitdaging opgenomen om dit jaar met mijn kring te werken rond het Onze Vader en dit boekje als uitgangspunt te nemen. We zullen telkens twee kringavond besteden aan de bespreking van één thema. Het doel is dat we tijdens die avonden samen zoeken naar hoe we het onderwerp in de praktijk kunnen omzetten tijdens een derde samenkomst. Dat kan een avond zijn, maar het kan ook een zaterdagnamiddag worden of, waarom niet, een onderdeel van de zondagsamenkomst in de kerk. Op die manier wil ik bewust tijd vrijhouden om niet in de theorie te blijven hangen. Benieuwd wat voor feest het zal worden!

 

Ronald Westerbeek, Feest van het koninkrijk, (Buijten en Schipperheijn, 2016, p.192)

Luisteren naar de taal van de Bijbel

luisterenVan Lois Tverberg verscheen in 2014 al ‘Wandelen in het stof van rabbi Jezus’: een boek dat de lessen van Jezus plaatst in de oorspronkelijke context en er zo meer diepgang aan geeft. ‘Luisteren naar de taal van de Bijbel’, een boek dat ze samen met Bruce Okkema schreef, vergroot de reikwijdte van 61 begrippen die in Jezus’ tijd gangbaar waren.

61 begrippen

De begrippen zijn onderverdeeld in acht groepen, waaronder ‘Hebreeuwse zienswijzen die ons denken verdiepen’, ‘inzichten die ons gebedsleven verrijken’ en ‘de krachtige woorden van Jezus’. Sommige begrippen klinken ons erg vertrouwd in de oren: Tora, amen of Immanuel. Het spreekt voor zich dat de meeste onderwerpen minder tot niet bekend zijn. Tal (de verfrissing van de dauw), iesja (teveel vrouwen) of kanafiem (beschermende vleugels) zijn daar voorbeelden van. Hier en daar merkte ik wat overlap met ‘Wandelen in het stof van rabbi Jezus’, maar de boeken zijn grotendeels verschillend.

Diepgang

Elk onderwerp krijgt een bespreking van twee bladzijden. De kernachtige uitleg, die overigens in zeer begrijpelijke taal opgesteld werd, nodigt uit om te lezen. De schrijvers slagen erin bij elk woord een soort venster naar de Hebreeuwse cultuur te geven. Dat betekent niet dat de woorden los hoeven te staan van onze cultuur. De link met onze leefwereld wordt ofwel uitgelegd ofwel worden we door middel van de vragen uitgedaagd om de link zelf te leggen. Het is dus niet enkel een kwestie van diepgang inzake de achtergrond of ontstaanscultuur van een woord, maar ook inzake de toepassing op ons eigen leven. Bij sommige begrippen heb ik de conclusie getrokken dat er nog een uitdagende groeimarge op mijn geestelijk leven zit! Een voorbeeld daarvan vind je hier.

Vragen voor Bijbelstudiegroepen

Er zijn voor elk van de 61 begrippen vier vragen. De eerste drie vragen worden bijna altijd op basis van een vers of enkele verzen gesteld. De kwaliteit van de vragen is behoorlijk. Ze geven over het algemeen stof tot nadenken, hoewel ik vond dat ze soms teveel insinueren om een echt open gesprek mogelijk te maken. De vierde vraag is telkens een discussievraag. Die vragen zijn meer dan eens uitdagend. Als deze ernstig overdacht en eerlijk beantwoord worden, kunnen daar interessante gesprekken uit voortvloeien. Groepen die dit boek willen gebruiken, zullen wellicht meer dan één begrip per avond kunnen bespreken.

Slotsom

De verschillende begrippen kunnen na elkaar gelezen worden, maar wellicht komen ze het meest tot hun recht als je dagelijks een begrip overdenkt. Mensen met een gezonde interesse voor Gods Woord zullen zeker uitgedaagd worden als ze dit boek lezen.

Durf je nog te bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood?

Als wij het Onze Vader bidden, dan rolt ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ zonder veel problemen over onze lippen. Ik heb elke dag van mijn leven meer dan genoeg brood. Is dat onderdeel van het Onze Vader nog een echt gebed voor ons?

Spreuken 30:8-9 werpt mogelijks een ander licht op dit vers:

Geef mij geen armoede of rijkdom, voorzie mij van mijn toegewezen deel aan brood.

Anders zou ik, verzadigd, U verloochenen en zeggen: Wie is de Heere? 

of anders zou ik, arm geworden, stelen, en de Naam van mijn God aantasten.

Op wereldschaal gezien leven wij op veel meer dan het ons toegewezen deel aan brood. Stel je voor dat we vanaf vandaag maar net genoeg zouden hebben om elke dag rond te komen. Dan zouden we niet echt arm zijn, maar zeker ook niet de neiging hebben om God te vergeten, niet de neiging hebben om te denken dat we God niet nodig hebben om ons brood te krijgen. Durven we ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ op die manier bidden: ‘Geef mij genoeg voor vandaag. En morgen zal ik erop vertrouwen dat U mij weer genoeg zal geven.’ Moeten we zo bidden?

Vrij Zijn

vrij zijn

Vorig weekend streek Vrij Zijn twee dagen neer in Kortrijk. Is het mogelijk met een oprecht zoekend hart en toch gezond kritisch beschouwend te gaan? Ik heb het geprobeerd! Na de conferentie vroeg iemand mij in drie woorden feedback te geven. Ik heb even moeten nadenken en kwam tot: instemming, stijlverschil en denkwerk. Hieronder uitgewerkt in iets meer dan drie woorden… ongeveer duizend eigenlijk. Ook een vorige blogpost gaf al enkele gedachten weer.

Doorgaan met het lezen van “Vrij Zijn”

De verbonden in de Bijbel

bijbel

Op basis van enkele Bijbelstudies over de verbonden in de Bijbel is dit document (met bijgaande powerpointpresentatie) tot stand gekomen. Na een algemene inleiding op wat een verbond is en enkele visies op de Bijbelse verbonden, volgt een bespreking van de verschillende verbonden. Mijn stelling is dat je visie op de verbonden tevens je visie op de Bijbel bepaalt.

Vooral de verhouding van het verbond met Abraham, het Sinaïtisch verbond (Oude Verbond) en Christus’ verbond (Nieuwe Verbond) is interessant. Ik zie eenheid en verscheidenheid, continuïteit en discontinuïteit. Misschien teveel continuïteit voor sommigen, hoewel ik geen gram wil afdoen van het onvolprezen offer van onze Heere Jezus Christus.

Mijn gedachten gaan noch richting bedelingenleer, noch richting verbondsleer. Ik ben niet op zoek naar een afwijkende, maar wel naar een gezonde houding die de Bijbel, Oude én Nieuwe Testament, als één Woord van God beschouwt. Er is van mijn kant zekere bereidheid om in dialoog te gaan.

De verbonden in de Bijbel

De verbonden in de Bijbel (pp)

Haal meer uit de Bijbel

9789058111746Willem Ouweneel schreef: ‘Je kunt je geen betere gids tot de Bijbel voorstellen dan dit boek.’ Dat wekte mijn interesse om het te lezen. Ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat ik niet alle gidsen tot de Bijbel gelezen heb en dus moeilijk kan oordelen of dit de beste gids is, maar in elk geval verdient dit boek aanbeveling.

Wie de Bijbel leest, is, in meerdere of mindere mate, bezig met het interpreteren van de Bijbeltekst. Dat gebeurt bijvoorbeeld als je een Bijbelvers gaat toepassen op je eigen leven. De grote vraag is: ‘Kan je dat zomaar doen? Zijn er bepaalde principes die belangrijk zijn als je de Bijbeltekst op je eigen context wil kleven?’

Hiermee komen we op het terrein van zaken als exegese, hermeneutiek en tekstkritiek. Indien exegese, hermeneutiek en tekstkritiek onbekende termen voor je zijn, dan raad ik je aan om dit
boek te lezen. Haal meer uit de Bijbel legt op een vrij eenvoudige en begrijpelijke manier uit wat bijvoorbeeld hermeneutiek is, welke basisprincipes er zijn, … Die principes zijn belangrijk om de Bijbel op een gezonde manier te interpreteren.

Dit boek bestond al langer in het Engels, maar is pas in 2015 uitgegeven in het Nederlands. Een sterk punt van de vertaling is dat er rekening gehouden wordt met de cultuur. Gelukkig maar! Er is een hoofdstuk over Bijbelvertalingen. Dat hoofdstuk zou vrij nutteloos geweest zijn als men het niet omgezet had naar de Nederlandstalige context. Men heeft dat op een goede manier gedaan. Het gebeurt niet vaak dat er in vertalingen zo veel rekening gehouden wordt met verschillen in cultuur.

Door het boek heen krijg je een veelzijdig beeld van verschillende genres en hoe de Bijbel nog steeds een boek voor vandaag is. Het is mogelijk dat de schrijvers heel scherp voor ogen staat waarom ze gekozen hebben voor de bestaande indeling, maar voor mij blijft het vaag. Na twee algemene hoofdstukken over interpreteren en Bijbelvertalingen, volgen twee hoofdstuken over de brieven. Eén hoofdstuk wordt gebruikt om iets te zeggen over contextueel denken en het andere over hermeneutiek. Daarna is er een hoofdstuk over vertelling in het Oude Testament en hoe we daarmee moeten omgaan, gevolgd door een hoofdstuk over Handelingen. Ook de rest van de hoofdstukken is, naar mijn gevoel, niet logisch opgebouwd. Kortom, een veelzijdig beeld, maar het komt mij vrij rommelig over.

De schrijvers, twee bijbelschool-docenten, zijn niet bang om standpunten in te nemen wanneer ze bepaalde principes uitleggen en deze toepassen. Een goed voorbeeld vond ik in het hoofdstuk over Handelingen, waar kort ingegaan wordt op de doop en avondmaal. Volgens de schrijvers ‘zijn er goede redenen om de doop door onderdompeling als de manier van dopen te zien; zijn er minder sterke redenen aan te voeren voor het iedere zondag vieren van het Heilig Avondmaal; zijn er bijna helemaal geen redenen te vinden voor de kinderdoop’ (p.151-152). Niet iedereen zal het daarmee eens zijn, maar we worden in het boek zeker uitgedaagd om goed na te denken over de interpretatie van de Bijbel!

Gordon D. Fee, Douglas Stuart, Haal meer uit de Bijbel, (Highway Media, 2015, 340 blz.)