Artikel 7: van daar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden

credoKomen oordelen de levenden en de doden

In het Oude Testament wordt dit bijvoorbeeld door de profeten vaak aangekondigd als de ‘dag van de Heere’. Enkele voorbeelden zijn Joël 1:15, Sefanja 1:7, Maleachi 4:5. Ook in Psalmen vinden we het oordeel vaak terug. Enkele voorbeelden zijn Psalm 96:13, 97:2-6, 98:9.

In het Nieuwe Testament lezen we ook regelmatig over het oordeel. We kunnen ons de vraag stellen wie het oordeel zal uitvoeren?

  • God: Romeinen 3:6, Hebreeën 12:23
  • Jezus: Johannes 5:22, 27, Handelingen 17:30-31, Romeinen 2:16

In het Oude Testament zien we al dat God een Koning zal aanstellen die grote dingen zal doen: 1 Samuël 2:10, 2 Samuël 22:50-51; Psalm 2, Psalm 18:50-51. Het oordeel wordt niet genoemd, maar in het licht van het Nieuwe Testament hoort dat er zeker bij.

In veel verslagen van rechtszaken tegen christenen is te lezen hoe ze aangeven het oordeel van Christus meer te vrezen dan het oordeel van mensen en om die reden weigeren hun geloof te verloochenen.

Verschillende oordeelmomenten

Het is niet zo eenvoudig om hier duidelijkheid over te scheppen. Over oordeel en eindtijd zijn zeer veel verschillende meningen. We kunnen alleszins zeggen dat er meer dan één oordeel zal zijn.

  • Jezus spreekt over een oordeel over alle levende volken (Matteüs 25, Openbaring 20:4), waarbij de schapen van de bokken gescheiden zullen worden. Dit gebeurt bij Jezus’ wederkomst. De gestorven gelovigen staan dan ook op. De vraag is maar of wij mee in de rij zullen staan. De basis waarop deze geoordeeld worden, is wat ze aan Jezus’ broers/zussen gedaan hebben. In Kolossenzen 3:4 staat dat we in heerlijkheid geopenbaard zullen worden, als Christus geopenbaard wordt. Dat is mijns inziens niet hetzelfde als in de rij te gaan staan om geoordeeld worden. En in 1 Korintiërs 6:2 staat dat de heiligen de wereld en zelfs engelen zullen oordelen. Vergelijk Daniël 7:22. In Openbaring 20 gaat de verheerlijking van de gelovigen vooraf aan het oordeel over de wereld.
  • Aan het einde van het duizendjarig rijk is er dan nog een oordeel over degenen die dood waren gebleven bij het begin van het duizendjarig rijk (Openbaring 20:5, 11-15). Er wordt dan gekeken of zij in het boek van het leven ingeschreven staan. Het gaat er niet om of je een fatsoenlijke burger geweest bent of je betrokken was bij liefdadigheid, bij sociale acties, … Het gaat om de plaats die God in het leven van de mensen had.

God/Jezus is rechter over levenden en doden. Het moet verschrikkelijk zijn om als ‘dode’ voor God te staan.

Oordeel klinkt sowieso negatief. Ik drap een open deur in als ik zeg dat wij ons niet druk hoeven te maken over het oordeel.

  • Johannes 5:24 – wie Mijn woord hoort en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.
  • 1 Johannes 4:17 – hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.

Wij zijn als Jezus… Prachtig!

Toch gaan velen ervan uit dat het nog wel de vraag is op welke manier we de eeuwigheid zullen doorbrengen. Ouweneel vergelijkt het met een eierdopje en een emmer. Sommigen zullen een eierdopje zijn, helemaal vol van Christus. Anderen zullen een emmer zijn, helemaal vol van Christus. De eierdopjes zijn degenen die de wedergeboorte vooral als een doel gezien hebben. Ik ben er! Dit terwijl wedergeboorte een middel en een begin zou moeten zijn. Of je een eierdopje of een emmer zal zijn, hangt dus vooral af van de vraag: Hoeveel ruimte heb je God, de Heilige Geest, gegeven om een beeld van Jezus te worden? Als we bij God zijn, hoeveel zal Hij dan herkennen van Zijn Zoon in ons? Hoeveel van Zijn Zoon kunnen de mensen in onze omgeving in ons zien? Zonder in te gaan op uitverkiezing en wat we daarover moeten denken, lezen we in Rom.8:28-29 wat Gods voorbestemming is met ons: Gelijkvormig zijn aan het beeld van Zijn Zoon. Als wij bij God komen, dan zal dat het onderwerp zijn. En vergis u niet: Het is niet omdat iemand preekt of Bijbelstudies geeft, dat hij meer een beeld is van Gods Zoon. Het gaat niet om wat we doen, maar wel om wat we zijn.

Aan het begin van de belijdenis erkennen we God als schepper en Heer. Iedereen zal rekenschap moeten afleggen aan deze schepper en Heer. Het zal een rechtvaardig oordeel zijn. God wordt nogal eens ter verantwoording geroepen als het gaat over dingen die mislopen in deze wereld: ‘Waarom laat Hij het toe? Waar is God als je Hem nodig hebt? Als God zou bestaan, zou Hij dit tegenhouden! …’ Dat soort opmerkingen. In Psalm 73 zien we Asaf daar ook mee worstelen (73:2-6; 12-14), maar toch besluiten: 23-24, 27. Als we worstelen met onrechtvaardigheid, dan moet Gods rechtvaardigheid en uiteindelijk oordeel meegenomen worden. Hij zal het niet voor altijd toelaten.

Polycarpus (115 n.Chr.); brief aan de Filippenzen

Wees dus paraat en dien God met waarachtig ontzag. Onttrek u aan het holle gepraat en de dwaling van de meerderheid, en vestig uw geloof op hem die onze Heer Jezus Christus uit de doden heeft opgewerkt en hem een luisterrijke troon heeft gegeven aan zijn rechterhand. Al wat adem heeft aanbidt hem, die zal komen als rechter van levenden en doden. Van zijn bloed zal God rekenschap vragen aan wie hem ongehoorzaam zijn. (uit De leer van de twaalf, Gie Vleugels en Maria Verhoeff, p.115-116)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s