De Rooms-katholieke kerk beraadt zich dezer dagen (in een conferentie) over Darwin en zijn evolutietheorie. In Trouw verscheen een artikeltje van de hulpbisschop van Roermond (Nederland). Een stukje hieruit:
Johannes Paulus II heeft gezegd: “Zonder God is de wereld zinloos, ja kan zij zelfs niet bestaan. Zonder God is de complexiteit van het leven niet te verklaren. Meer concreet: de overgang van apen naar mensen is niet te begrijpen zonder een scheppende en sturende God. Het eigene van de mens, zijn immateriële geestelijke ziel, kan niet uit materie voortkomen.” Als katholieken kunnen we dus enerzijds heel duidelijk aannemen dat de schepping in ontwikkeling is, anderzijds zien we juist in die ontwikkeling de sturende hand van God. Gods plan en bepaalde toevalligheden in de evolutie sluiten elkaar echter niet uit. Zoals Thomas van Aquino zei: “God kan zelfs het toeval gebruiken bij zijn plannen.”
Als het gaat over ontwikkeling in de zin van micro-evolutie, dan kan ik aardig volgen. Dat is een duidelijk proces. Als het gaat over een overgang van apen naar mensen, dan komt Genesis 1-3 in het gedrang. Hoe gaat de katholieke kerk daarmee om? Hoe wordt het ontstaan van erfzonde en de rol van Adam en Eva hierin verklaard?
