Toen nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord des Heren; en allen, die bestemd waren ten eeuwigen leven, kwamen tot geloof
Dit vers is een uitverkiezingsvers bij uitstek. Er zijn blijkbaar mensen die bestemd zijn voor het eeuwig leven en mensen die bestemd zijn voor… de hel ?! Ik ken zeker één persoon die omwille van die gedachte het geloof en God vaarwel gezegd heeft. En hij is waarschijnlijk niet de enige.
Kan dit vers ook iets anders betekenen? Ik kreeg, via Gie Vleugels, een ‘uitstekend artikeltje’ (dat zijn zijn woorden en ik beaam die volmondig) onder ogen. Geschreven door Prof. Dr. Holwerda. Het is wel effe doorbijten. http://www.ngseminarie.nl/publicaties/SeminarieNieuws%20103.pdf
Ik zal in korte bewoordingen zijn conclusie weergeven, dan heb je die toch al. Vanuit een aantal oude Griekse geschriften, zegt Holwerda dat we het vers ook als volgt kunnen vertalen:
… allen die zich hadden toegelegd op het eeuwig leven, aanvaardden het geloof
Dat verandert heel wat, hé! De mensen (heidenen in dit geval) die op zoek waren naar het eeuwig leven, kwamen tot geloof. Dat staat in schril contrast met 13:46, waar Paulus de Joden verwijt dat zij ‘het eeuwig leven niet waardig keuren’. De Joden zijn niet op zoek naar het eeuwig leven en lasteren Paulus, de heidenen zijn er wel naar op zoek en komen tot geloof.
De alternatieve vertaling van Holwerda maakt duidelijk dat hier geen uitverkiezing in het spel is én past veel beter in de context van het gedeelte. Dit artikel verdient daarom zeker onze aandacht.